Als honden in een hok

Roma wonen in sloppenwijk in centrum Gent

Accordeonist Luis en saxofonist Jon brengen het meeste geld binnen Lisa Van Damme

GENT - Ze zitten er al ruim vier maanden, maar pas vorige week werden ze opgemerkt door welzijnswerkers: een veertigtal Roma die in de buurt van de Gentse Rabotwijk in erbarmelijke omstandigheden leven.

Een kot van nog geen twee bij twee meter, opgetrokken uit een paar planken en golfplaten. Een matras en een stoel, meer kan er niet binnen. Voor de deur staat een groot, zwartgeblakerd conservenblik, dat dienst doet als kachel. Hier huizen Gheorge (53) en zijn 59-jarige vrouw. Zij zijn Roemeense Roma. We zien alleen Gheorge, zijn vrouw is gaan bedelen in het Gentse stadscentrum. Ze zijn vorige week gearriveerd, zegt hij, met de Eurolines-bus. '140 euro', vult Daniël (29) aan. Hij is de enige die behalve Roemeens en Romanes, de taal die zowat alle Roma begrijpen, een mondje Frans spreekt.

Hij leidt ons rond over het terrein, dat bestaat uit enkele vroegere volkstuintjes. Het was een vergeten hoekje Gent geworden, alleen af en toe bezocht door vandalen en nachtbrakers. Nu zitten hier zowat veertig Roma samengepakt, maar bijna dagelijks komen er mensen bij.

Van het hok van Gheorge en zijn vrouw gaat het naar een paar piepkleine caravans en barakken, allemaal goed voor één of meer gezinnen. Overal zowat hetzelfde interieur: een of twee matrassen, een stoel, soms een zetel, hier en daar een deken om de boel enigszins te isoleren, en altijd zo'n conservenstoof, vaak al half gesmolten. Ze bricoleren er een afvoer bij die naar buiten leidt, maar veel effect lijkt dat niet te hebben. Overal slaat de zware lucht meteen op de longen. De geur is chemisch. Ze gooien er alles op: hout en papier, maar ook plastic, piepschuim, vullingen van matrassen die écht niet meer bruikbaar zijn. Als het maar warmte geeft.

Meer dan vier maanden trekken ze zich hier al uit de slag. En niemand die hen had opgemerkt. Pas vorige week zijn een paar vrijwilligers die zich inzetten voor KRAS, de Gentse koepel van armoedewerkingen, hen op het spoor gekomen. Ze zijn ook opgemerkt door het Straathoekwerk.

'Dit heb ik nog nooit gezien', zegt welzijnswerker Lieven De Pril. Hij heeft appelen uit zijn eigen tuin mee, en kaarsen. Elektriciteit is er niet, stromend water evenmin. 'Ze gaan hun water hier wat verderop halen, aan een kraantje bij de Golden Gloves boksclub.'

De meesten zijn Roemenen, gek genoeg allemaal afkomstig uit hetzelfde dorp, Oravita, in het zuidwesten van het land. Sommigen verbleven naar eigen zeggen een tijd in Brussel, anderen in Antwerpen. Nog anderen, zoals Gheorge, hebben gewoon de Eurolines-bus naar Gent genomen. Enkele reis. Ze willen werk, zeggen ze, want in Roemenië is het 'crisa'. 'Wij vinden moeilijker werk dan andere Roemenen', zegt Daniël. 'Een van de problemen is dat als je werk zoekt als Roma, werkgevers bang zijn dat ze meteen ook je halve familie over de vloer krijgen. Een blik op onze identiteitskaart volstaat voor een 'njet'.' Hij toont zijn pas. 'Identiteit: Roemeens/Roma.' Maar ook hier in Gent lukt het niet. 'Ik ben mecanicien', zegt hij. 'Al drie interimbureaus gedaan, maar overal krijg ik hetzelfde te horen: je hebt geen domicilie.'

Dus blijft het bij bedelen. De helft van de groep is het stadscentrum in. Onder hen ook de twee jongsten van het gezelschap, 13 en 14 jaar oud. Daniël: 'In het begin gingen we allemaal, maar sinds een van de caravans volledig vernield werd, blijven we altijd met een aantal hier, om toezicht te houden.' De bedelrondes leveren hooguit tien euro per dag per persoon op. Een deel daarvan wordt naar Roemenië gestuurd.

De twee muzikanten in de groep, accordeonist Luis en saxofonist Jon, brengen het meeste geld binnen. Maar vandaag is Jon alleen de boer op. Zijn kompaan werd dinsdag geveld door een beroerte en ligt nu, half verlamd, in het ziekenhuis. In een van de caravans ligt een twintiger te rillen onder een paar wakke dekens. Daniël toont ons een doktersvoorschrift. Henry Hemelsoet en Greet Ergo, twee van de 500 Gentse vrijwilligers die zich ontfermen over de armen in de stad, trekken er meteen mee naar een apotheek. Ze vragen Daniël nog waar het dringendst nood aan is. Dekens en regenbestendige kledij.

Wat verderop, en enigszins afgezonderd, treffen we twee Turks-Bulgaarse Roma. Ze mengen zich niet met de Roemenen. Dat maakt de communicatie uiterst moeilijk, want ze spreken Frans, Duits noch Engels. Henri en Greet willen hen de weg wijzen naar het OCMW, dat enige noodhulp biedt. 'OCMW, Offerlaan, tolk, Turks', probeert Henri. Hij steekt twee vingers in de lucht. 'Twee uur.' 'Important', probeert Greet nog. Ze krijgen alleen onbegrijpende blikken en een ongemakkelijk lachje.

De Lijn is hier vorige week langsgeweest. Ze kregen nog een week, daarna zou de boel platgegooid worden. Burgemeester Daniël Termont is tussengekomen. Nu kunnen ze nog zeker een maand blijven. Wat er daarna gebeurt, is onduidelijk. Het stadsbestuur volgt de zaak op, maar laat het voorlopig aan de welzijnswerkers. Die smeken om een structurele aanpak, op Vlaams en federaal niveau, maar vooral op Europees vlak.

Intussen ploegen de Roma voort. Een busje met Italiaanse nummerplaat dat onder geen beding op de foto mag, wordt volgeladen met mannen. Ze gaan bedelen. 'In Antwerpen of Brugge, we zien wel. Maar zeker niet in Gent. Als iedereen hier blijft, gaan de mensen je te snel kennen.'

IN HET NIEUWS

Meest Gelezen

ENKEL VOOR ABONNEES

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees