Jan Polak, de discrete patron van het Astridpark

Polak: 'Na elke match krijg ik commentaar van mijn vrouw'

Polak: 'Na elke match krijg ik commentaar van mijn vrouw'

Foto: © Pol De Wilde - Corelio

Het begin was moeilijk, met nare ervaringen in het gemeentehuis van Asse en een weerbarstige Egyptenaar op het veld van Anderlecht. Maar anderhalf jaar nadat hij uit de Bundesliga in Anderlecht is neergestreken, is Jan Polak (volgende maand 28) gelukkig. 'Door naar Anderlecht te komen heb ik de juiste keuze gemaakt.'

Vanuit de loges op de tweede verdieping van het Anderlechtstadion kan je ze mooi zien liggen: de lelijke rosse brandplekken die de opeenvolging van sneeuw, ijs en regen op de grasmat heeft achtergelaten. 'Dit is een Tsjechische winter', zegt Jan Polak bijna nostalgisch. 'Op dit soort velden werd bij ons vroeger niet gevoetbald. De competitie lag stil van half december tot eind februari. In die tussenperiode schakelden we als kleine jongens massaal over naar ijshockey. We vulden een betonnen terreintje met water als we wisten dat het zou vriezen. Na een nacht lag er ijs. Om genoeg water te vinden gingen we in ons woonblok van deur tot deur. Met één kraantje kregen we het bassin immers niet gevuld.'

Communisme had dus ook zijn goede kanten?

'Tja, het is waar dat het in een villawijk misschien moeilijker was geweest om zoveel kranen op een kleine plaats bijeen te vinden. We woonden in een typische communistische woonblok. 's Winters of 's zomers, altijd waren we met een vijftiental jongens aan het sporten. 's Ochtends spraken we af wat we die dag gingen spelen: voetbal, basketbal, tennis, tafeltennis, ijshockey Als het aan mij lag zouden we elke dag hebben gevoetbald. Mijn enige droom is altijd geweest om profvoetballer te worden.'

Nochtans heb je het ooit als ijshockeyspeler geprobeerd?

'Eén keer, toen ik vier of vijf was, ben ik naar een training gegaan. Maar ik vond de sfeer er niet zo tof en achteraf zei ik aan mijn vader dat ik liever voetbal wilde spelen.'

Was hij teleurgesteld?

'Nee want hij was zelf een voetballer. Hij heeft in de Tsjechische tweede klasse gespeeld. Maar hij wilde me niet in het voetbal pushen. Hij wilde dat ik van alle sporten proefde. Polak betekent in het Tsjechisch de Pool . Als kind werd ik er vaak mee uitgelachen. Maar voor zo ver ik weet zijn mijn voorouders Tsjechen. Ik kom uit Brno, de tweede grootste stad van Tsjechië, niet zo ver van Bratislava en Wenen.'

Daniël Zitka werkte voor zijn profcarrière voor een mijnbedrijf. Heb jij ook nog gewerkt?

'Nee, want ik was altijd twee jaar voor op mijn leeftijdsgenoten. Toen ik veertien was speelde ik al bij de 16 en 17-jarigen van FC Brno. Op mijn zestiende debuteerde ik in de A-kern en op mijn zeventiende tekende ik mijn eerste profcontract. Ik verdiende wel niet zo veel als de oudere spelers, maar ik ging spaarzaam om met mijn geld. Ik lette ervoor op niet mee naar het casino te gaan. Dat deden die oudere spelers wel. Ze speelden voor grof geld op de roulette of met de kaarten.'

Ging je vaak uit?

'Dat mocht niet van mijn ouders. Ik ging nooit naar discotheken, dronk nooit alcohol, nam nooit drugs. Af en toe vroeg ik eens aan mijn ouders: waarom mag ik niet uitgaan? Maar ze hadden het beste met mij en mijn voetbalcarrière voor. En de sport was een voldoende uitlaatklep voor mij.'

Jouw transfer van Nürnberg naar Anderlecht had heel wat voeten in de aarde. Dan weer kwam je, dan weer niet. Waarom duurde het zo lang?

'Omdat ik nooit gezegd had dat ik zou komen. Alleen in de laatste week heb ik met manager Herman Van Holsbeeck gesproken en hebben we het gehad over mijn toekomstplannen en die van Anderlecht. Pas toen heb ik gezegd: oké, ik wil hier tekenen . Daags voordien had ik een gesprek met de trainer van Nürnberg gehad (Hans Meyer, nu coach van Mönchengladbach, red.) . Hij zei: als je wil spelen, is het beter dat je gaat . En natuurlijk wilde ik spelen. Dat was beter voor mij en voor de nationale ploeg.'

Hoe tevreden ben je anderhalf jaar later over die keuze?

'Sinds mijn jeugdjaren heb ik me nooit beter in mijn vel gevoeld. Als voetballer en als mens ben ik volwassener geworden. Het vroeg misschien allemaal wat tijd, maar nu zijn mijn vrouw en ik heel gelukkig. Ik besef dat de Belgische competitie niet beter is dan de Duitse maar het belangrijkste is dat ik altijd speel en dat mijn vrouw en mijn zoon Daniel het hier goed hebben.'

Hoeveel mensen kennen jullie hier?

'Er wonen niet veel Tsjechen in België. We kennen eigenlijk alleen Daniel Zitka, Stani Vlcek en hun vrouwen. Mijn vrouw krijgt ook vaak gezelschap van haar zus of haar ouders. Zo is ze niet altijd alleen met Daniel.'

Ben je zo'n speler die zich thuis wil afschermen van het voetbal?

'Nee, integendeel. Mijn vrouw is een grote voetbalfan. Als ik na een match vanuit de kleedkamer bel krijg ik altijd commentaar. Dan zegt ze me wat ik goed en wat ik niet goed heb gedaan. Voor mij is dat belangrijk om na de match of de training over sommige voetbaldingen door te praten. Het helpt als je vrouw dan iets van voetbal kent.'

Heeft ze haar job opgegeven om jou te volgen?

'In Tsjechië werkte ze als zelfstandig manicure. Ze was gespecialiseerd in synthetische nagels en dat soort dingen. Toen ik naar Nürnberg verhuisde kon ze die job niet voortzetten omdat ze maar nauwelijks Duits sprak en we niet genoeg geld hadden voor een eigen praktijk. Na de geboorte van Daniel is er geen sprake meer geweest van werk.'

Je zei dat de aanpassing in het begin moeilijk was. Bedoel je dat ook privé?

'Het was moeilijk omdat we heel wat administratieve problemen moesten overwinnen. Voor mij was alles geregeld maar voor mijn vrouw en mijn zoon bleef alles aanslepen. Wat in Duitsland op één à twee weken geregeld was duurde in België twee-drie maanden. Het personeel van het gemeentehuis van Asse was niet zo vriendelijk. We moesten wachten op haar verblijfsdocumenten, moesten een nieuwe stempel laten zetten op ons trouwboekje, het hield niet op.'

Op dat moment had je het ook moeilijk om een plaats op het veld te veroveren. Was er een link tussen privé en het werk?

'Ik denk het niet, maar ik liep wel wat nerveus rond. Het spookte door mijn hoofd dat als er een politieman langs ons thuis zou komen, mijn vrouw niet de juiste papieren zou hebben. Weet je, het leek wel alsof de gemeenteambtenaren van Asse niet wisten dat Tsjechië tot de Europese Unie behoort. Toen ze zagen dat mijn zoon in Duitsland was geboren, was alles in orde. Maar voor mijn vrouw, die in Tsjechië geboren is, moest ik de vliegtuigtickets laten zien waarmee ze naar België was gekomen. Dat vind ik jammer. Tsjechië behoort nu toch al een tijdje tot de EU (sinds 1 mei 2004, red.) .'

Je zegt dat je in België meer volwassen bent geworden. Wat bedoel je daar precies mee?

'Ik woon met mijn zoon in het buitenland en moet dus meer verantwoordelijk zijn. Maar ik bedoel het ook als voetballer. Toen ik van Liberec naar Nürnberg verhuisde was ik 24. Ik was toen een speler die overal liep en zoveel mogelijk bij de bal wilde zijn. Nu speel ik op een andere manier. Ik hou veel meer rekening met positiespel en kies meer mijn momenten uit om te lopen. Vroeger was na 65 minuten mijn pijp uit. Nu kan ik negentig minuten lang sprints trekken.'

Toen je hier in Anderlecht arriveerde werd je voorgesteld als een box-to-box-speler. Had je voordien al van dat woord gehoord?

'Nog nooit. Ik denk dat box-to-box-spelers ook niet bestaan. Niemand kan een wedstrijd lang van het ene strafschopgebied naar het andere lopen. Hoe ver is dat? Toch zeker zo'n zestig meter? Je kan dat drie-vier keer op een speelhelft toen. Daarna ben je helemaal kaput .'

Herman Van Holsbeeck gebruikte de term omdat hij je wilde vergelijken met Frank Lampard of Steven Gerrard.

'Ik loop wel veel maar ik scoor minder dan Lampard. Misschien benadert Guillaume Gillet beter zijn spel. Ik heb hem al vier assists gegeven dit seizoen. Scorende spelers vallen altijd meer op. Maar de kracht van Anderlecht is dat voortdurend andere spelers hun verantwoordelijkheid nemen. We hebben geen topscorers maar scoorden alles samen wel al 47 keer. Dat is enorm.'

Een van de verschillen met vorig jaar heet Ahmed Hassan. Jij bent pas goed beginnen spelen toen Hassan naar de Afrika Cup vertrok.

'Hassan was een fantastische speler die helaas nooit meeverdedigde. Hij vroeg altijd de bal en kon er ongelofelijke dingen mee doen, maar in de tweede helft van de competitie moest er vooral gewerkt worden op het veld. Toen Hassan naar de Afrika Cup was vertrokken, probeerde de trainer de driehoek uit met Biglia, Gillet en ik. En dat werkte. We zetten pressing op de tegenstander en pakten bijna in elke wedstrijd de drie punten. Voor Hassan was het dan moeilijk opnieuw in de ploeg te komen. Na de Afrika Cup zat hij ook niet fris meer.'

Klopt het dat jij een van de weinigen was die Hassan op zijn plichten durfde te wijzen?

'Ja omdat ik wist dat hij kon meeverdedigen als hij het wilde. Hassan heeft heel veel loopvermogen en kon ons nog heel goed geholpen hebben. Ik moet wel toegeven dat hij nooit heeft gereageerd op wat ik hem zei.'

Voel je je de nieuwe leider van Anderlecht?

'Nee, hooguit een van de leiders. Als je twee-drie goede spelers in de ploeg hebt is dat goed. Als je er zeven-acht hebt is dat fantastisch. Kijk naar Liverpool of Chelsea.'

Maar Liverpool heeft ook nog eens Steven Gerrard, de echte leider.

'Ja, maar hoe lang is hij er al? Sinds altijd. Hij en Carragher zijn er altijd geweest. Daarom staan ze een trapje hoger.'

Dus de echte leider van Anderlecht is Olivier Deschacht?

'Ja, hij is zeker een van de leiders. Ik heb die rol niet onmiddellijk opgeëist omdat ik pas helemaal op het einde van de transferperiode in Anderlecht arriveerde. Ik had de voorbereiding en de eerste wedstrijden gemist. Het ligt gewoon niet in mijn karakter om dan tegen iedereen te roepen wat ze moeten doen.'

Hoe zie je je toekomst?

'Als ik naar een grotere ploeg wil zal ik het altijd eerst op het veld moeten bewijzen. Ik heb het voordeel dat ik nog voor de nationale ploeg speel. Ik heb de voorbije twee-drie jaar bijna geen wedstrijd gemist. Dan blijf je wel op de radar van de scouts. En die scouts komen trouwens ook naar België. Ik heb al gemerkt dat hier veel Engelsen en Fransen zitten.'

Hoe ver stond je vorig seizoen met Shakhtar Donetsk?

'Ik heb nooit met hen gesproken, alleen over de interesse gelezen. Het kon interessant zijn omdat ze Champions League spelen. Maar ik zou het alleen maar gekozen hebben voor het geld. Het is leuk om geld te hebben maar geld is niet alles. Je hebt ook nog het leven en de mentaliteit daar die anders zijn. Dat gezegd zijnde zit voetbal raar in elkaar. Een voetballer gaat soms naar een ploeg waar hij niet wil gaan. Zeg dus nooit nooit.'

Droom je van een terugkeer en een revanche in de Bundesliga?

'Niet speciaal. De Bundesliga heeft natuurlijk kwaliteit maar de Premier League ook. Ik denk dat Duitsland en Engeland me het beste liggen. Spanje en Italië is technischer, maar wie weet kan ik daar ook wel uit de voeten. Poulsen speelde twee jaar bij Sevilla en nu bij Juventus.'

In de nationale ploeg was je de vervanger van Pavel Nedved.

'Ik heb met hem nog enkele wedstrijden gespeeld. De play-offs voor het WK, twee wedstrijden op het WK en zijn afscheidswedstrijd als international. Nedved was fantastisch. Nog altijd eigenlijk. Hij voetbalt even precies als een robot. Daarnaast is hij ook nog eens heel professioneel ingesteld en werkt hij voortdurend aan zijn conditie. Nedved was zeker een voorbeeld voor mij maar ik zou me zeker niet met hem vergelijken. In Tsjechië hebben ze me ook willen vergelijken met Galasek en Rosicky. Misschien heb ik wel iets van hen allemaal, maar ik probeer toch bescheiden te blijven. Ik ben maar Jan Polak.'

Corrigeer