Europees kampioen Dirk Van Tichelt met pinkblessure op eerste grandslamtornooi ooit

Dirk Van Tichelt: 'Ik ben zeker geen ster'

De tiende plaats in de verkiezing van Sportman van het Jaar heeft Dirk Van Tichelt nog niet verteerd. Logisch voor iemand die Europees kampioen werd, vijfde op de Spelen én 2008 afsloot als derde op de wereldlijst. Met een pinkblessure komt hij vandaag in Parijs op de tatami tijdens het eerste grandslamtornooi judo ooit.

De vraag is wat Van Tichelt in Parijs uit zijn armen en benen kan schudden: tijdens een trainingsgevecht blesseerde hij maandag immers een pink. 'Ik zal de pijn wel verbijten. De zwelling is grotendeels verdwenen en ik kan de pink bijna helemaal plooien' smste hij gisteren.

Je was pas tiende in de verkiezing Belgisch sportman van het jaar...

'En daar was ik zo pissed van. Europees kampioen, vijfde op de Spelen en een medaille nipt gemist, tweede in de Super-A van Hamburg, vijfde in de Super-A van Parijs, derde op de wereldranglijst in zo'n mondiale sport. En dat al op mijn 24. Da's redelijk schitterend toch. Vergeet ook niet dat ik nog altijd studeer. Ten laatste in augustus hoop ik master lichamelijke opvoeding te zijn. Misschien heb ik wat overgereageerd maar ik blijf het niet correct vinden. Ach, die verkiezing blijkt meer een populariteitstest dan wat anders, en als je dan ziet hoe de Franstalige sportjournalisten stemmen... Maar je kent me: ik hoef die aandacht niet, mijn enige doel is presteren.'

Hoe heeft je Europese titel je leven veranderd?

'Excuseer? Niet veel. Ik dacht dat er qua sponsoring wel iets zou loskomen, maar er is nog altijd niks veranderd. Gelukkig heb ik als lid van Team Energy een wagen gekregen, een Nissan. Een kledingsponsor heb ik wel en mijn voedingssupplementen krijg ik ook. Ik kan moeilijk aan ruilhandel doen en mijn T-shirt inruilen bij de bakker.'

'Ze kenden me al langer in het judo. In trainingskampen gooide ik voordien ook al de andere wereldtoppers: zoveel is er niet veranderd. Alleen is er nu meer waardering vanuit de andere gewichtsklassen. Ik ben zeker geen ster, judoka's leiden niet echt een glamoureus leven. Dat is ook niet nodig. In Tbilisi lag ik een paar weken geleden in de Sheraton: wel, dat hoeft niet. Echt niet. Maar het is wel altijd meegenomen.'

Le judo nouveau est arrivé. Wat vind je van de nieuwe aanpak?

'Onze sport zal spectaculairder worden. De kleinste score is weggevallen en daardoor word je nu verplicht om meer op grote scores te mikken die je verdient met spectaculairdere technieken. Je kunt niet meer tactisch een kokaatje behalen en dat uitbuiten. Je moét scoren en om dat te kunnen moet je je arsenaal technieken uitbreiden. Goed ook dat ze passief vechten strenger bestraffen. Die nieuwe aanpak, met grandslams en de Masters, is goed voor de judoka's, voor de toeschouwers, voor de media en sponsors.'

Waarop mik je dit jaar?

'Ik wil ergens schitteren, stiekem droom ik van winnen, in een grandslamtornooi, het EK, WK of de Masters. De topwedstrijden dus. Het is een cliché, maar in judo kan het letterlijk met een beenveeg na één seconde gedaan zijn, zeker omdat je niet meer in alle tornooien een herkansing kunt krijgen. Daarom wordt de loting nog belangrijker, en dat is een nadeel. Het kan dus dat ik na een lange vliegreis naar Rio de Janeiro na vijf seconden geworpen word en dat het over en out is. Judo is nu eenmaal geen voetbal waarin je negentig minuten de kans hebt om een situatie recht te zetten.'

Hoe zwaar is je sport?

'Een wedstrijd duurt maximaal vijf minuten, daarna maximaal drie minuten golden score. In de toptornooien kamp je tot zeven wedstrijden op een dag, reken uit. Je conditie moet optimaal zijn en je moet explosiviteit aan uithouding koppelen. In een bepaalde training bootsen we een wedstrijd na. Dat houdt in: een aantal korte sprintjes gevolgd door een aantal seconden rust. Tientallen keren, en ik weet nooit vooraf hoeveel keer mijn trainer me zal laten sprinten en wanneer hij affluit. Alleen dat het tot negen minuten kan duren. De sprintjes en pauzes variëren: van tien over twintig tot dertig seconden. Iedere keer moet ik tot het uiterste sprinten. Dat is moordend. Een kamp vecht je met dezelfde intensiteit, en dan moet je nog eens je concentratie op peil houden: je kunt je verstand niet op nul zetten. Het lichaam ziet ook enorm af, je bent voortdurend geblesseerd. Dat komt omdat je in bochten gewrongen wordt die onnatuurlijk zijn. Het is bewezen dat judo één van de vermoeiendste sporten is, na het roeien. Maar goed, ik heb ervoor gekozen. Je moet mij niet op een voetstuk zetten hoor.'

Andere Belgen in Parijs: Julie Baeyens (-57kg) en Damien Bomboir (-60kg)

Corrigeer