Niels Albert stond zondagnacht nog dertig keer op het podium

'Ik voelde me eventjes God'

'Ik voelde me eventjes God'

Foto: photopress

De hype is begonnen. De fonkelnieuwe regenboogtrui werd gisteren voortdurend door camera's omstuwd en door ongeveer elke vrouw in de buurt aangeraakt. 'Maar ik ben niet de Tom Boonen van het veldrijden. Ik ben de Niels Albert van de cross.'



De wereldkampioen was gisteren een lijdend voorwerp. Aan al zijn ledematen werd er getrokken, overal werd hij overladen met cadeaus, iedereen stak wel een papiertje onder zijn neus voor een handtekening. Zijn weg werd keurig uitgestippeld door de buitenwereld, de vrije wil was ondergeschikt. 'Normaal was er nog een training gepland, vanochtend', grinnikte manager Christophe Roodhooft. 'Daar kwam niet al te veel van in huis.'

Albert verteerde het allemaal met de glimlach. Op de persconferentie, in de toonzaal van cosponsor Powerplus, deed hij voor elke micro heel rustig steeds hetzelfde verhaal. 'Och, het hoort erbij, hé. Ik ben wereldkampioen, wat wil je? Maar daardoor is er wel tijd te kort om het allemaal te laten doordingen. Zondagavond lag ik om half één in mijn bed, maar toen besefte ik het nog niet. Ik heb het journaal nog een paar keer bekeken terwijl Ellen (zijn vriendin, red.) al lag te slapen. Mijn trui hing aan de televisie, en voortdurend speelde die koers nog door mijn hoofd. Ik heb nog wel dertig keer op het podium gestaan, maar ik heb geen oog dichtgedaan. Om half 7 was ik al op, want ze hingen aan de telefoon van de radio.'

De krantenkoppen waren lyrisch. Heb je ze al gelezen?

(knikt) 'Het was het eerste moment waarop ik het even moeilijk kreeg. De tranen stonden in mijn ogen. Pas dan besefte ik wat ik verwezenlijkt heb. Ik ben wereldkampioen, ik mag een jaar lang in die trui rondrijden. Ik ben één van de drie (naast Boom en Simunek sr., red.) die in elke categorie wereldkampioen geworden is. (mijmert) Dat betekent wat, hé. Vanaf nu sta ik in de tabellen.'

Er was ook sprake van Koning Albert, de man die nu al de fakkel overneemt.

'Ik zal in de toekomst dan maar het land mee regeren, zeker? (lacht) Neen, ik zie het niet zo zwartwit. Sven Nys zal de komende jaren ook nog wel zijn koersen winnen. Het enige wat veranderd is, en dat is al een hele winter zo, is dat hij niet meer domineert. Hij wint geen dertig crossen meer per jaar, het pleit is niet op voorhand beslecht. En dat is enkel goed voor de cross.'

Oké, maar jij kan nog verbeteren, terwijl Nys stilaan een jaartje ouder wordt. Zijn we nu niet vertrokken voor het Albert-tijdperk? Je droomde zondag al van de zeven wereldtitels van De Vlaeminck.

'Ik had Erik daarna nog aan de telefoon. Zeven mag je er winnen , zei hij. Maar wee uw gebeente als je er acht haalt. (grijnst) Ach, het is wel mijn ambitie, maar ik ben er niet mee bezig. Dat is nog enorm ver weg. En het hangt af van hoe Stybar, Walsleben en de andere jonge renners gaan evolueren.'

'Het is wel zo dat ik er niet snel verzadigd ben. Ik weet zeker dat ik voor het volgende WK, in Tabor, weer even gemotiveerd aan de start zal staan.'

We spreken nu al over De Vlaeminck, terwijl je half november nog met een gescheurde milt op intensieve zorgen lag.

'Ongelofelijk, hé. Ik herinner me nog hoe ik in mijn rolstoel dat perszaaltje binnengevoerd werd. Zes tot acht weken niet koersen, mijn klassementen kwijt, de kampioenschappen werden krap. Terwijl ik zondag letterlijk door het publiek gedragen werd. Een fantastisch, euforisch gevoel was dat. Telkens Nys en ik daarboven in de VRT-studio recht stonden, steeg er gebrul op uit die massa onder ons. Dan voel je je wel eventjes God.'

Een god die boven de wereld zweeft?

'Mijn entourage zal me wel met de voeten op de grond houden. Ik ben omringd door vrienden, niet door bazen of mensen die me zien als hun werknemer. Als ik begin te zweven, kunnen ze me daar dus gemakkelijk op wijzen. Ik denk dat ik eerder een stoemp onder mijn gat krijg dan dat zij mee zullen zweven.'

De laatste keer dat je zo'n stoemp kreeg was in december, toen je zei dat je liever je ploegmaat Simunek dan een andere Belg wereldkampioen zag worden.

'Enerzijds ben ik er niet fier op, op die uitspraak. Anderzijds zijn net daardoor de Belgen toch op één lijn gaan staan. Er stond écht een hecht blok, hé. Vantornout die eerst ging, daarna Wellens. Ik heb ze bewust even laten doen, helemaal in het begin. Op de eerste aanval komt er altijd reactie, op de tweede ook, maar de derde keer zit iedereen al à bloc. En gelukkig liet Nys achter mij het gat vallen. Allicht had hij niet verwacht dat ik zo snel zou aanvallen. Maar als hij ook super was geweest, dan was hij wel in het wiel van Stybar gebleven.'

Delen de andere Belgen nu mee in de koek?

'De premie van de bond (22.000 euro, red.) wordt gelijk verdeeld onder de renners. Daarbovenop komt nog een bedrag van mijzelf, dat we vooraf hadden afgesproken onder de renners. Dat wordt verdeeld naargelang de verdiensten voor mij. Het blok zal dus nog eens moeten samenzitten.'



Corrigeer