Tom Boonen sprint zich met een derde Rondezege voorgoed de recordboeken in

Boonen: ‘Ik had niet eens superbenen'

Tom Boonen is bezig aan een fameus boerenjaar. Met zijn derde zege tegen de ook al herboren Italianen Filippo Pozzato en Alessandro Ballan sprintte de Kempenaar zich in Oudenaarde nu ook voorgoed in het recordboek van de Ronde van Vlaanderen. ‘Dit is echt wel een dag die indruk op mij maakt', zei hij na de eerste emotie.

Kinderlijk blij, molenwiekend met de vuisten: zo bolde Boonen uit op de Minderbroederstraat. Het publiek was net zo door het dolle heen als de winnaar zelf. Van puur geluk kneep hij daarna met de resterende krachten een voor een zijn ploegmaten bijna dood. Zoals hij de hele finale van deze Ronde van Vlaanderen onder controle had, zo regisseerde hij nadien ook de afterparty onder de Omega Pharma-Quick Step'ers. ‘Tot ik bij het tentje van de winnaar kwam waar ik mijn vader André, mijn broer Sven en zijn Ine zag staan. Toen kreeg ik een krop in de keel. Ik had het dan echt moeilijk om geen traan te laten.'

Er waren onderweg ook momenten geweest dat hij het moeilijk had om in deze vruchtbare lente op recordkoers te blijven. Zo vertrok er onmiddellijk een vlucht van vijftien waarbij geen enkele ploegmaat zat. ‘Dé flater van de dag', gaf hij toe. ‘Ik voelde er me niet goed bij. We moesten meteen aan de bak, voor zo'n tweehonderd kilometer lang. Dan kan je niet anders dan mensen opofferen. We droegen het gewicht van de wedstrijd, maar toch hadden we met Niki Terpstra, Sylvain Chavanel en ik drie jongens in de eerste belangrijke ontsnapping van de dag. Ik moést het afmaken, alleen al voor het werk dat al de collega's voor me deden.'

‘Het kwam er vooral op aan me niet gek te laten maken. Ik hoefde geen show te verkopen onderweg, ik moest winnen. Ik moest er enkel over waken dat ze me niet isoleerden. Toen Alessandro Ballan bij de laatste passage op de Oude Kwaremont doortrok, zat ik eerst wat gevangen want Terpstra was als eerste begonnen aan de klim. Toen Filippo Pozzato naar hem toesnelde, had ik geen keuze. Wilde ik mijn kansen vrijwaren, dan moest ik hard op zijn wiel springen. Pozzato was de sterkste van de dag. Hij heeft zijn benen van weleer duidelijk teruggevonden. Ik ook ergens een beetje (schertsend). Hoewel, ik had niet dé grote superbenen, maar ik wist dat hij in de sprint geen kans had tegen mij. Zelfs al legde hij me er ooit op in de E3.'

Krakende ketting

Boonen kraakte onder het gebeuk van Ballan bijna op de Paterberg, de zestiende en laatste helling van de dag. Hij moest zelfs een paar meter laten. ‘Niet juist', corrigeerde Boonen. ‘Mijn fietste kraakte, maar ik niet. Het valt niet mee om op de 21 (de versnelling achteraan, nvdr) de stenen van de Paterberg op te rijden. Ik had al een krak in mijn ketting van als ik de Koppenberg opreed. Waarschijnlijk een schakel van de ketting die het minder deed. Ik liet me afzakken om er wat olie op te smeren, maar de 25 en de 23 deden het niet. Het was te gewaagd om in deze fase van de koers van fiets te veranderen.'

Daar zat hij dan, dik dertien kilometer lang met de twee vrienden Ballan en Pozzato, die tijdens de week zelfs samen trainen. Klaar om in de Italiaanse tang plat geknepen te worden. ‘Ik werkte mee, aan een onderhoudend tempo om voorop te blijven. Ik wist ook wel dat Ballan nog enkele keren zou proberen en dat Pozzato dan geen kik zou geven. Dat was heel logisch. Dus jumpte ik telkens onmiddellijk op zijn wiel. Ik had de wind als bondgenoot. Het was onmogelijk om alleen voorop te blijven, al ben je natuurlijk nooit zeker. Er stond best veel zijwind. Vandaar dat ik vanuit tweede positie zolang mogelijk wachtte om de spurt te beginnen. Ik denk dat ik pas tussen de 150 en 100 meter voor de streep echt begon. Alles was nieuw aan deze Ronde. Ik had hier ook nooit eerder gesprint.'


Lees alle 27 reacties