Heb je na jouw stunt op de Stelvio geen moment van eindwinst gedroomd?
'Neen, ik wist dat de Maglia Rosa onmogelijk was. Rodriguez en Hesjedal moesten daarvoor al een superslechte tijdrit afleveren. Mijn eerste zorg was de vierde plaats vasthouden. Alles hoger, was meegenomen. Bij het keerpunt had ik in de gaten dat ik sneller was dan Scarponi.'
Dit was voor jou na de Tour van vorig jaar een ontdekkingstocht. Ben je wijzer geworden?
'Ik wou in deze Giro testen hoever ik kon komen in de rangschikking. Elke seconde telt, dat is de les van mijn tweede grote ronde. Dat was ook de reden waarom ik op de Stelvio doorsprintte tot op de streep. Ik probeerde eerst de favorieten bergop te volgen en hoopte op een ritzege. Toen ik de top tien indook, was mijn Ronde van Italië al geslaagd. Ik focus me in de toekomst nog meer op grote ronden.'
Mik je in de Tour volgend jaar voluit op het podium?
'Dat weet ik niet. In de Tour zijn de bergen iets minder steil, dat ligt me wel. Al ging de Mortirolo zaterdag ook heel goed. De koerstactiek van de kandidaat-eindwinnaars speelde in mijn voordeel. Indien Hesjedal of Rodriguez van bij de voet van de hoge cols hadden gedemarreerd, dan was ik wel ontploft. Ze reden vooral tempo. Ik kan twee à drie versnellingen overleven. Dat probeerde ik in de etappe naar Pampeago, maar de derde acceleratie is te veel. Ik heb liever één strak tempo bergop, tegen of net voorbij de limiet, zoals de tijdrijder Bradley Wiggins. Als ik mijn klimwerk nog iets kan verbeteren, dan gaan ze mij bij demarrages misschien niet zoveel pijn meer doen.'
Lees het volledige interview in Het Nieuwsblad van dinsdag 29 mei.











