Steven Martens: 'Het Oostblok heeft betere stadions dan wij'

Het Koning Boudewijnstadion

Het Koning Boudewijnstadion

Steven Martens maakte maandag een evaluatie van zijn werk bij de Belgische voetbalbond. De voormalige tenniscoach, sinds 1 mei 2011 CEO van de KBVB, maakt zich vooral zorgen over de verouderde stadions in België.

'In vergelijking met nagenoeg alle landen, inclusief heel wat landen uit het vroegere Oostblok, staan we qua stadionstructuur wekelijk nergens', schrijft Martens op zijn blog. 'Het nimby (not in my backyard) syndroom staat vaak de ambitieuze plannen van onze profclubs in de weg.'

'Afgelopen zomer was de stadioninspectie van de UEFA vernietigend. Een aantal van onze grootste stadions werd afgekeurd, of hun rating werd verlaagd, met het gevolg dat we niet meer in staat waren om nog Europese wedstrijden te organiseren. Ons management is er in geslaagd om bij de UEFA aan te tonen dat we enkele pleisters op de wonden kunnen leggen, maar structurele oplossingen zijn er niet. Het is hoog tijd dat er iets gebeurt, of we staan binnenkort met het schaamrood op de wangen.'

Vijf moderne stadions in 2020


Meer fans naar de wedstrijden van de profclubs en van de Rode Duivels lokken, is één van de doelstellingen van Martens. 'Maar dat kan alleen als we over moderne stadions beschikken. In 2020 zouden we graag minstens vijf van die stadions gerealiseerd zien, inclusief een stadion in de hoofdstad.'

Van tennis naar voetbal was voor Martens geen grote overstap. 'Uiteindelijk zie ik meer gelijkenissen dan verschillen. De stap van het Vlaamse naar het Britse tennis, van een kleine naar een grote organisatie, was groter.'