Kan voetbal de wereld veranderen?

Kan voetbal de wereld veranderen? Het is een vraag waar op een warme zomeravond eens lekker over kan worden doorgeboomd. Zeker als er een toernooi aan de gang is met ontelbare verwijzingen naar het maatschappelijke en het politieke leven.

Een maand geleden riskeerde de finale van Euro 2012 overschaduwd te worden door het proces van de Oekraïense oppositieleidster Julia Timoschenko. De uitspraak was enkele dagen voor de finale gepland, maar de zaak werd uitgesteld en zondag negeren de premiers Mariano Rajoy (Spanje) en Mario Monti (Italië) de westerse boycot van het EK in Oekraïne.

Italië trapte in de halve finale 'Duitsland uit de Euro' wat in de rest van Europa op gegniffel werd onthaald. Kanselier Angela Merkel, in Warschau nog juichend op de tribune tijdens de overwinning tegen Griekenland, moest even later ook in het zand bijten tijdens de Europese top in Brussel. De 'twee Mario's' - Balotelli op het veld, Monti in het pluche - wonnen elk hun slag tegen 'Germania'. Twee Euro-landen in crisis, Spanje en Italië spelen straks de finale.

Een Amerikaanse journalist schreef ooit dat voetbal in Italië zo belangrijk is dat geen Italiaan ervan kan genieten. Hij zit niet ver van de waarheid. De doelpunten van de Ghanese Italiaan Mario Balotelli brengen nog een ander debat op gang: kan een Europese titel voor Italië het racisme uitroeien in de laars?

Enkele dagen geleden moest de bekende Gazzetta dello Sport zijn excuses aanbieden omdat het een cartoon van Balotelli als King Kong had gepubliceerd. Na de doelpunten tegen Duitsland riep de krant de 21-jarige aanvaller uit tot 'symbool van een nieuw Italië'.

Of voetbal de wereld kan veranderen, is onzeker. Maar dat winnen iets verandert, dat lijkt wel vast te staan. Zeker in Italië, het land waar voetbal vele malen belangrijker is dan politiek, economie, kerk en wijn.