Spanje is de beste en blijft de beste

Straks, als zelfs België weer wedstrijden met inzet begint te spelen, zullen we pas echt beseffen hoe uitzonderlijk de Europese titel van Spanje is. Drie toernooiwinsten op rij. Dat maakte zelfs het West-Duitsland van Franz Beckenbauer in de jaren zeventig niet klaar.

Het bijzondere aan deze titel is dat de voetbalwereld tijdens Euro 2012 Spanje-moe was geraakt. De ‘tiki-taka' was niet meer wat het geweest was. Iniesta en Xavi waren vermoeid en Vicente Del Bosque was vastgeroest in zijn ideeën.

Is er een beter antwoord denkbaar dan een derde toernooititel op rij? Spanje is de beste en blijft de beste – dat is de simpele les van Euro 2012.

Het toernooirecord van Spanje bezegelt ook een meer dan geslaagd toernooi in Polen en Oekraïne. De vrees voor extra-sportieve beslommeringen bleek ongegrond. Sportief leverde het toernooi bovengemiddelde wedstrijden op. Het duurde tot de kwartfinales voor een wedstrijd na negentig minuten op 0-0 eindigde. Alleen al in de groepsfase werd gemiddeld 2,5keer per wedstrijd gescoord.

Nederland-Duitsland, Engeland-Frankrijk, ja zelfs de finale Spanje-Italië waren topaffiches in de poulefase. De gebalde formule –31matchen tussen 16toplanden– garandeert in hoge mate het succes van het EK en onderscheidt het van het WK dat tussen 32landen wordt gespeeld.

Mag het daarom verbazen dat de UEFA in Frankrijk 2014 het deelnemersveld uitbreidt tot 24? Het is misschien goed nieuws voor de Rode Duivels die nu meer kans hebben op kwalificatie, de ingreep lijkt alleen financiële, geen sportieve belangen te dienen.

In een formule met 24 landen stijgt het aantal wedstrijden van 31 naar 51. Niet alleen verwatert daarmee het niveau, de drempel voor kandidaat-organisatoren wordt wel heel hoog gelegd. Om tegemoet te komen aan dat probleem wil Michel Platini een EK 2020 in dertien landen. Hoeft het betoog dat na de FIFA ook de UEFA voor het grote geld zwicht? Spanje is misschien wel de laatste ‘old school' Europees kampioen.