Alles wat u moet (en wil) weten over de sanitaire stop

Waarom, vraagt een weldenkend mens zich af, demarreert er nooit een slimmerik als de helft van het peloton incapabel is om achter hem te rijden? De plaspauze is eigenlijk het uitverkoren aanvalsmoment: slaagkans honderd procent. Maar toch wordt er nóóit gebruik van gemaakt.

Er is dus wel degelijk een reden waarom men niet aanvalt tijdens de sanitaire stop: het staat in het ongeschreven wetboek van het peloton. De regels zijn ook vrij simpel: ‘Als het groepje vluchters vertrokken is, zie je het meestal snel gebeuren', zegt Johan Vansummeren. ‘Een paar renners slaan af, de gele trui steekt zijn arm omhoog en de helft van het peloton staat stil. Je grijpt dat moment best aan om de blaas te ledigen, anders verlies je later energie. Maar er zijn ook renners die nooit meedoen. Gert Steegmans bijvoorbeeld, die kan niet plassen met publiek. Het marcheert niet als er honderd man in de buurt staat. Dus schiet hij altijd alleen aan de kant.'

Onwelvoeglijk gedrag

 ‘Blijkbaar hebben sommigen er problemen mee', zegt Johan Vansummeren. ‘Misschien bij gebrek aan lengte, waardoor ze op hun schoenen pissen. (schatert) Het is nochtans vrij simpel: je wacht op een baantje dat licht bergaf bolt, rijdt naar de rand van het peloton, houdt de pedalen stil en maakt een kwartdraai. Wél aan de kant van de weg, natuurlijk. Ik word zot van mannen die in het midden van de baan een spoor achterlaten.'

Nochtans doet Summie het ook niet altijd volgens het boekje. In de Tour van 2010 kreeg hij drie keer een boete van 50 Zwitserse frank wegens comportement incorrect ofte onwelvoeglijk gedrag –lees: plassen voor het oog van het publiek. ‘Niet helemaal terecht', protesteert hij. ‘Natuurlijk begin ik nooit op het moment dat er een familie met kindjes langs de kant staat. Maar soms ben je bezig op een lege baan, draai je een bocht om, en staat er plots honderd man. Tja…'

Voor Guy Dobbelaere, de Belgische juryvoorzitter in deze Tour, is het simpel. ‘Je mag maar één ding níet doen als de nood het hoogst is: urineren voor de ogen van het publiek. Natuurlijk bedekken we al eens iets met de mantel der liefde, maar in een dorpscentrum hou je je beter nog een minuutje in. Eén keer heb ik de maximumstraf (200 Zwitserse frank, nvdr.) gegeven: toen er in de Ronde van België een renner stopte aan het huis waar een familie moslims stond te kijken. Dat doe je niet. Punt. Dat is een gebrek aan respect voor die cultuur, en dan moeten we als jury echt hard optreden.'

Het klaske van Seeldrayers

En wat als je de werkvloer écht niet kan verlaten? Als er zoveel op het spel staat dat vijf minuten verlies geen optie is? Kevin Seeldraeyers was in de Giro van 2009 verwikkeld in een secondestrijd om de witte jongerentrui, toen hij in de tiende rit te maken kreeg met darmprotest. ‘Het was al redelijk diep in de finale, dus tijd om in de bosjes te duiken was er niet meer', zegt Seeldraeyers. ‘Dus zat er niets anders op dan het al rijdend te doen. Hoe? In een klakske, hé. Liever dat dan in de broek. Ik liet me afzakken naar de volgwagen, vroeg om een petje en kreeg dan wat assistentie. Van wie? Patrick Lefevere zat toen ook in de auto, maar die hield zich er ver van weg. (lacht) Het was de mecanicien die alles installeerde, terug uit mijn broek nam en het met wat water wegspoelde. En ik kon weer verder.'

Lees het volledige artikel in Het Nieuwsblad van 4 juli

Lees alle 5 reacties