Patrick Lefevere, ploegleider bij Omega Pharma-Quickstep, is onze dagelijkse Tourcolumnist

Steek in mijn hart

Elke keer als ik hem zie winnen, is het een steek in mijn hart. Peter Sagan. Het mannetje van 18 dat in 2008 bij ons testte. Hij was toen net Europees én wereldkampioen mountainbike bij de junioren. Hij was tweede geworden op het WK veldrijden en in Parijs-Roubaix. Maar Quick Step was de enige ploeg die hem had opgemerkt. Ik heb ook met hem gepraat na zijn testperiode. Nu ja, ik probeerde met hem te praten. Want hij sprak geen Engels of Italiaans, en ik sprak geen Slovaaks. Ik probeerde hem dan maar met handen en voeten uit te leggen dat we hem wilden, maar liever nog één jaartje bij de beloften zagen rijden. Maar in Bratislava had hij het niet breed. Hij wou geld verdienen, trok terug naar zijn mountainbikeploeg en kwam via fietsleverancier Cannondale bij Liquigas terecht.

Sagan was een supertalent. Toen al. Maar toen was er ook al die belachelijke UCI-regel dat je niet meer dan 30renners in de profploeg mag hebben. Dan valt een onbekende Slovaak van 18, met wie je in gebarentaal moet communiceren, gewoon wat sneller uit de boot. En sta je vier jaar later te vloeken.

Waar liggen zijn limieten, is dan de traditionele vraag. Dat weet ik niet. Het is iemand die drie à vier jaar voorsprong heeft op zijn leeftijdsgenoten. Hij kan vertrokken zijn voor een fantastische carrière, maar hij kan ook parkeren. Kijk naar Eric Vanderaerden: wonderkind op zijn 21ste, maar na zijn 25ste was het gedaan. Dat kan met Sagan ook gebeuren.

Is het dan slim om nu met een halve vogeltjesdans over de streep te rijden, alsof het hem allemaal geen moeite kost? Tja, als je met fietslengten voorsprong wint, kan je daar moeilijk tegen protesteren. Sommigen vinden het arrogant, maar ik heb er geen problemen mee. Het is gewoon een jonge gast van 22 die een feestje bouwt. Misschien doet hij dat op zijn 32ste niet meer, dus moet hij er nu maar van genieten.