Patrick Lefevere: 'Waarom moet de Tour 22 dagen duren?'

Gezien wat er gebeurde, na die laatste col? Geen enkele spurtersploeg die het initiatief nam om te jagen op de vluchters. Nochtans was het nog 140 kilometer, tijd genoeg. Maar het is simpel: ze konden niet meer. Na de etappe van donderdag zat het peloton op zijn tandvlees. Zeventig kilometer bergop, vijfduizend hoogtemeters: dat tikt aan middenin een Tour. Ik stond donderdag bovenop de Croix de Fer, drinkbussen aan te geven. Een slagveld was het: twee man, drie, ééntje alleen, dan eens vijf,... Toen mannen als Gilbert en Chavanel passeerden, kon er nog een kleine grijns af. Maar hun gezicht was enorm getekend.

Dit is echt een zware Tour. De stress in de eerste ritten, de twee Vogezenritten, de tijdrit, de Alpen,... Er is de renners weinig rust gegund. Minder dan andere jaren, waar de eerste tien dagen vaak 'te doen' zijn. Bovendien wordt ook de rust na de rit veel korter. Als ons hotel op 50 kilometer van de aankomst ligt, zijn we al blij. Maar dat is nog altijd een goed uur verplaatsing. Renners zitten vaak pas om 21 uur aan tafel, hun koolhydraten bij te vullen voor de volgende dag. Dan zitten ze om 8 uur alweer aan het ontbijt.

'Dat is de Tour', zegt de organisatie dan. 'De Tour maakt de renners belangrijk.' Ik vind dat het net andersom is. Van mij mag de Tour best lastig zijn, maar waarom moet hij per se 22 dagen duren? Een Ronde van 17 dagen is zeker even mooi, en menselijker. Maar dat zien ze in Parijs niet zitten natuurlijk. Minder ritten betekent minder inkomsten van de etappesteden. De Tour is groter dan het peloton, vinden ze. Dus moet het peloton maar plooien.