ANALYSE. Aubisque en Tourmalet kunnen definitief oordeel vellen - Volg LIVE vanaf 11u05

De Pyreneeën halen vandaag hun raspaarden van stal. Col d'Aubisque, Tourmalet, Aspin, Peyresourde en dan aankomst in Bagnères-de-Luchon. Stuk voor stuk namen als klokken. Een terrein dat de wielerliefhebber het water in de mond moet brengen. De dag van de grote kanonnen. <

Volg de etappe hier LIVE van bij de start om 11u05

Ondertussen is het van 1998 geleden dat de renners nog eens van Pau naar Luchon werden gestuurd, over de historische reuzen. Toen won Rodolfo Massi, voor zijn landgenoot en toekomstig eindlaureaat Marco Pantani. Een mooie referentie is het niet. Luttele dagen later werd Massi –aanvoerder in het bergklassement– voor de start van de etappe in Aix-les-Bains door de politie opgepikt in zijn hotel en afgevoerd in de boeien. Ontmaskerd als leverancier van epo.

Smet

Hopelijk kan de etappe van vandaag die pijnlijke smet wissen. Het terrein is er. De renners krijgen een klein uurtje de tijd om de rustdag uit de kuiten te schudden en de confrontatie aan te gaan met een illuster duo, de Aubisque en de Tourmalet. Relatief bescheiden in de aanhef van de klim. Maar dan, naarmate de kruin nadert, gaan ze hun reputatie steeds meer bevestigen. Smal, steil, scherend langs de afgrond. Voor zover die niet verscholen ligt in de mist. Tour-malet: het woord zegt het zelf. De bergpas kreeg die naam in de achttiende eeuw, toen het dal helemaal onder water was gelopen en de mensen een omweg moesten maken over de pas. Een vervloekte toer.

Is het genoeg om een nieuw hoofdstuk te schrijven in het grote Rondeboek? Zoals Eddy Merckx in zijn legendarische raid van 1969, van Luchon naar Mourenx-Ville-Nouvelle. Op een haast identiek terrein, maar dan wel in omgekeerde volgorde. Eerst de Peyresourde, uiteindelijk de Aubisque. Het scheelt. De Aspin doet alleen pijn tijdens de laatste kilometers, de Peyresourde ook slechts sporadisch.

Merckx

‘Schijn bedriegt', waarschuwt Lucien Van Impe, onze laatste Tourwinnaar. ‘Het is niet omdat het meestal rechtdoor gaat, zonder spectaculaire haarspeldbochten, dat het niet stijgt. Veel coureurs kunnen daar moeilijk mee om en brengen zichzelf in de problemen door een te grote versnelling te draaien.'

Het blijft hoe dan ook klimmen. De laatste min of meer vlakke kilometers hebben de renner al in Laruns, aan de voet van de Aubisque, achter zich gelaten. Alles samen meer dan vijfduizend meter hoogteverschil, bijna zestig kilometer officieel klimmen. De korte bobbels tussendoor niet mee gerekend.Wedstrijddirecteur en parcoursbouwer Jean-François Pescheux is er sowieso blij mee. ‘Dit is een echte bergrit, helemaal naar mijn smaak. Een terrein dat voortdurend is beweging is, maar geen aankomst bergop. Die heeft immers de neiging om de zaak te blokkeren, om de renners aan te zetten tot uitstel.'

Hij maakt de verwachtingen alleen maar groter. Nóg groter.