Ruben Bordon deed aan judo. Omdat hij dat saai vond kocht vader Roland een koersfiets. Die beviel hem zo dat hij als negenjarige knaap begon met koersen. Sindsdien grossiert hij in overwinningen en ereplaatsen.
Wielrennen, het is en blijft een Vlaamse sport. Omdat judo te saai was, begon Ruben Bordon (12) op negenjarige leeftijd te fietsen. Al gauw bleek dat hij veel sneller kon fietsen dat zijn vriendjes. Waarna hij zich aansloot bij een wielerclub.
Afgelopen zondag werd hij in Lierde Vlaams kampioen bij de 12-jarige aspiranten. Maar zijn overwinning is geen toevalstreffer, getuige zijn palmares.
‘Mijn eerste wedstrijd werd ik direct tweede’, zegt Ruben trots. ‘Daarna behaalde ik mooie ereplaatsen en al snel kwam er een eerste overwinning. In 2010 won ik 12 wedstrijden van de 21 die ik betwistte. Veel train ik niet. Tweemaal per week en maximaal een uur. Daarnaast rijd ik elk weekend een wedstrijd, zo'n twintig op jaarbasis. De wedstrijden dit jaar zijn 20 kilometer lang en in tegenstelling tot de trainingen mag ik daar voluit koersen. Op training rijd ik op hartslag en souplesse, ik ga nooit diep.’
Wie hier streng op toeziet is vader Roland.
‘Ik wil niet dat hij zich opbrandt op jonge leeftijd, hij is tenslotte nog een kind. Net zoals de andere leeftijdsgenoten speelt hij spelletjes of is hij bezig met de computer. Het enige verschil is dat hij tweemaal per week een uurtje fietst. Ten opzichte van de anderen traint hij weinig en heeft hij het geluk dat hij de goede genen van nature meeheeft. Als je de foto's van een wedstrijd bekijkt, dan zie je dat de meesten afzien terwijl hij relaxt rondfietst.
Met zijn talent moet je voorzichtig omspringen. Ik rij ook altijd achter hem met de wagen op training. Kwestie van de veiligheid, want hij is amper twaalf.’
Cavendisch
Volgend jaar gaat Ruben naar het eerste jaar van de wielerschool. ‘Ik kijk ernaar uit. Dan word ik daar begeleid en zal ik veel leren van de trainers en de ouderen. Prof worden zie ik zeker zitten, maar dat is de droom van velen. Cavendisch, Boonen, Froome en Cancelara zijn mijn voorbeelden. Maar ik ben er nog niet. Eerst mijn best doen en dan zien we wel waar we komen.’













