Welke Belg kan zeggen dat hij in het olympisch bad heeft geduelleerd met Mijnheer Michael Phelps, de grootste olympiër aller tijden? Niet zo heel veel, en François Heersbrandt is een van hen. Zelfs tot twee keer toe gisteren. Eerst 's ochtends in de reeksen van de 100m vlinder, een moordende zwemdiscipline waar alles dicht bij elkaar ligt. Heersbrandt stelde zijn Belgisch record scherper (52.22), knap, want 's ochtends wordt er traditioneel trager gezwommen dan 's avonds. Dan gisteravond, bijzonder hard toegejuicht (al kan dat ook aan de aanwezigheid van Phelps, enkele minuten voordien nog gelauwerd, hebben gelegen en de speaker die brulde dat het publiek lawaai moest maken) in de halve finale. Heersbrandt klokte af als achtste in zijn reeks, na 52.71. Minder snel, maar toch de zestiende van de wereld.
Piepkuiken
‘Met Phelps zwemmen geeft altijd een boost', zegt Heersbrandt. ‘En na dat ticket voor de halve finale ‘sochtends viel al heel wat druk van mijn schouders. Mijn Spelen konden dan al niet meer stuk. Ik ben niet ontgoocheld omdat ik in de halve finales minder snel zwem en niet bij de beste acht sta. Die finale zou een bonus geweest zijn, maar op deze Spelen nog onrealistisch.'
Heersbrandt moet een beetje lachen als hij eraan herinnerd wordt dat hij er in Peking 2008 echt nog wel uitzag als een piepkuiken van achttien jaar. De op één na jongste van de olympische hoop, op een hockeyspeler na, de jongste zwemmer van de Belgische olympische ploeg. ‘Ik was bijzonder nerveus in de olympische callroom (waar elke atleet moet wachten voor hij zijn wedstrijd doet, nvdr.)', zegt Heersbrandt. ‘Ik was bijzonder onder de indruk van de sfeer in het olympische zwembad.'
Zo, dat leerproces waar elke benjamin door moet, is achter de rug. De eerste Spelen om te leren, die van Londen dienden om te oogsten.
Heersbrandt, in vergelijking met Peking 2008 12 kilo spieren zwaarder, zette die wet in de topsport bijzonder fraai om in de praktijk. ‘Kijk, met die halve finale mocht ik eigenlijk al niet ontevreden zijn. Maar mijn echte droom was die finale.'
Het gaat hard voor Heersbrandt, onder meer tweevoudig bronzen EK-medaillist korte baan. Hij wijt het aan een mentale klik. ‘Vroeger liet ik me te veel afleiden door anderen op grote toernooien, nu kijken ze naar mij. Noem het ervaring.'
Weer in België trainen
Wat ook meespeelt, is de terugkeer naar de vertrouwde Belgische omgeving. Heersbrandt klopte weer aan bij zijn Belgische jeugdcoach, na een mislukt Frans avontuur in 2009 en 2010 – een beetje zoals Yoris Grandjean. Heersbrandt: ‘Ik trainde ginds wel meer, maar zwom niet sneller. Dat vreet mentale energie, ik geloofde op den duur niet meer in de Franse trainingsaanpak. Nu heb ik weer zin om te trainen. Dat resulteert in snellere tijden.'
Maar Londen 2012 is niet het eindpunt. Er zit nog rek op, zegt Heersbrandt. ‘Mijn echte top moet ik bereiken op de Spelen van Rio 2016.'












