voetbal3de klasseOlsa Brakel op weg naar de aftrap - Jonas De Landtsheer speelt twee derby's tegen ex-ploeg

‘Klaar voor uitdaging’

Jonas De Landtsheer speelt graag diep in de spits: ‘Daar kijk ik al naar uit.’

Jonas De Landtsheer speelt graag diep in de spits: ‘Daar kijk ik al naar uit.’

Jonas De Landtsheer (20) heeft de toekomst nog voor zich. In het echte leven én als voetballer. Hij proefde bij SK Ronse twee seizoenen regelmatig van het competitievoetbal. Hij kiest nu voor Olsa Brakel, reeksgenoot van zijn ex-ploeg.

Als jeugdspeler evolueerde hij bij SV Zottegem, SK Ronse en Dender. Daarna kwam de terugkeer naar Ronse, om met de U19 te voetballen. Philippe De Craeye was zijn opleider. Twee seizoenen geleden werkte hij zich in de A-kern. Hij blijft de 3de klasse trouw, maar wil zich vanaf volgend seizoen als voorspeler profileren bij Olsa.

Je komt wel dichter bij huis voetballen?

Jonas De Landtsheer: ‘Ik woon in Everbeek, een deelgemeente van Brakel. Ik stap in de auto en sta vijf minuten later op de parking van Olsa. Dicht bij huis voetballen is graag meegenomen. Toen ik in Ronse voetbalde was het een beetje langer rijden.’

Na een lange revalidatie mocht je vorig seizoen exact in de derby tegen Olsa eindelijk weer starten ?

‘Trainer Francky Cieters gaf mij die dag, een beetje verrassend, een volwaardige kans in de aanval. Ik had uiteraard conditionele achterstand. In die match hebben de voetballiefhebbers niet de ‘echte’ De Landtsheer gezien. Dat wil ik bij Olsa bewijzen. Ik ben klaar voor de nieuwe uitdaging. Olsa speelt tweemaal een derby tegen mijn ex-ploeg.’

Er waren weinig aanpassingsproblemen?

‘Ik raakte hier vlug ingeburgerd. De manier van werken bij Olsa staat mij aan. Dat geeft mij een goed gevoel. Als 20-jarige is bijleren en iets verbeteren aan mijn manier van spelen evenwel nog altijd aan de orde. De ploeg rekent op een rustig seizoen en wil in de middenmoot eindigen. Ik voel mij geroepen om daaraan mee te werken. Een aanvallende opdracht lijkt voor mij weggelegd. Ik speel vooral graag diep in de spits. Daar kijk ik naar uit.’