Tom Boonen noemde de ploegentijdrit van gisteren een belangrijke test met het oog op WK half september in Valkenburg. ‘Spijtig, net geklopt', reageerde de Belgische kampioen na afloop, toen bekend raakte dat Orica-GreenEdge één seconde sneller was. ‘Er is nog werk aan de winkel.'
‘Dju toch, die gasten waren zeven hondersten sneller dan wij', schudde Tom Boonen het hoofd aan de ploegbus. ‘Nipt geklopt door de Australiërs. Goed ja, ik onthoud vooral dat we hier een geweldig sterke tijdrit gereden hebben', analyseert Boonen. ‘Er zijn nog werkpunten, maar dat is praat achteraf. We hebben allemaal hard gereden hebben, zelfs de jongens die er vrij snel af moesten.'
Boonen is erop gebrand om op het WK, waar voor het eerst een ploegentijdrit voor merkenteams wordt georganiseerd, een goede prestatie neer te zetten. ‘Ik ben daar al mee bezig sinds het begin van dit seizoen', liet hij zich eerder al ontvallen. ‘Het is een moeilijke disicpline, die prestige geeft aan het team.'
De tijdrit in de Eneco Tour was 18,9 km lang en ging het over hetzelfde parcours als het WK in Nederlands Limburg, alleen moeten de renners dan voor 53,2 kilometer aan de bak. ‘Het grote verschil is dat je dan anders moet indelen', aldus Boonen. ‘Dat gaat over een betere positionering, overnames die vlotter moeten gebeuren. Daar verliezen we nog wat tijd. Ik heb perfect in mijn hoofd hoe het sneller moet. Het voordeel is dat we op het WK met zes aantreden, jongens die allemaal geselecteerd zijn voor die discipline, van hetzelfde kaliber. Vandaag in de tijdrit in de Eneco Tour was dat anders, waren we met acht. Op het WK zijn we alleen met de sterkste renners aan de slag.'
Lees het volledige interview in Het Nieuwsblad van woensdag 8 augustus.








.jpg.c170.170.jpg)


