Hans Van Alphen begon aan de tienkamp met een 19de tijd op de 100 meter, traditioneel zijn mindere nummer. Daarna begon Van Alphen echter aan inhaalrace naar de top en via het verspringen en het kogelstoten rukte hij op naar de vierde plaats. Met zijn sprong van 2,05 meter in het hoogspringen zette Van Alphen zich zelfs op een voorlopige derde plaats in de tussenstand.
Na het vijfde en laatste nummer van de dag, de 400 meter, zakte onze landgenoot opnieuw naar de vijfde plaats. Nog steeds een erg knappe stek om de eerste dag in de tienkamp mee af te sluiten.
Allyson Felix bezorgde zichzelf op de 200 meter haar eerste individuele olympische titel. De Amerikaanse ging in 21.88 de Jamaicaanse Fraser-Pryce en haar Amerikaanse landgenote Carmelita Jeter voor.
Nog Amerikaans goud was er op de 110 meter horden voor Aries Merrit. In 12.92 ging hij Richardson en Parchment voor. De Cubaanse topfavoriet Dayron Robles kende pech en viel geblesseerd uit.
Eerder op de dag hadden onze Belgische ruiters teleurgesteld in de finale van de jumping. Onze drie finalisten, Lansink, Wathelet en Demeersman, die in extremis toch mocht deelnemen, faalden alldrie in de eerste ronde van de finale.










