België beleeft slechtste Olympische Spelen in twintig jaar

Als medailles tellen -en dat is nog altijd het internationaal aanvaarde criterium- dan heeft België in Londen met één keer zilver en twee keer brons de slechtste Spelen sinds Barcelona 1992 achter de rug. De keerzijde van de medailles: België speelt mee in atletiek en zwemmen, de belangrijkste olympische sporten.

Als Yorkshire een land was, dan mocht het pronken met vijf gouden medailles, één zilveren en twee bronzen. Yorkshire is een Engels graafschap, telt 5 miljoen inwoners en heeft een oppervlakte van 15.000 vierkante kilometer. Dat is zowat de helft van het aantal Belgische inwoners, net als de helft van de oppervlakte van België. Londen 2012 was een succes. Voor Yorkshire in het bijzonder en het Verenigd Koninkrijk in het algemeen. De Britten verzamelden 64 medailles, waarvan 29 gouden.

Voor België was het heel wat minder. Team Belgium, met 113 atleten de grootste delegatie sinds Helsinki 1952, scoort met één zilveren medaille in het schieten (Lionel Cox), een bronzen zeilplak (Evi Van Acker) en een bronzen judomedaille (Charline Van Snick) het slechtst sinds twintig jaar. In Barcelona 1992 brachten roeister Annelies Bredael zilver en wielrenner Cédéric Mathy en judoka Heidi Rakels brons mee. Atlanta 1996 blijft met zes plakken het Belgische hoogtepunt van de moderne Olympische Spelen.

'Minimumdoel gehaald'

'We hebben ons minimumdoel, beter doen dan de twee plakken van Peking 2008, gehaald', zegt delegatieleider Eddy De Smedt, eveneens sportief directeur van het Belgisch Olympisch Comité(BOIC). Dat klopt mathematisch, maar het goud en zilver van Peking 2008 wegen zwaarder door dan zilver en twee keer brons. 'Wij hadden ook liever een ander kleurtje gezien', zegt De Smedt daarover.

Nochtans hadden we medaillekandidaten genoeg voor The Olympics. Voor de vuist weg: de Belgische wegrenners, de jumpingploeg, de judoka's, Kim Clijsters (individueel en met haar dubbelpartner Olivier Rochus), zeilster Evi Van Acker, Kevin en Jonathan Borlée, Tia Hellebaut... 'Vooral wielrennen en de ruitersport vielen tegen', zegt De Smedt. 'En in tennis kregen we niet eens een kans in het gemengd dubbel.'

Ook in de breedte - het door het BOIC ingevoerde zogeheten olympische diploma: top acht van de wereld - scoort België minder dan verhoopt. Het BOIC stelde 50 procent als doel, slechts 35 procent haalde de top acht.

België staat op de zestigste plaats in de medaillestand, gelijk met Finland en Armenië. Dat is de slechtste klassering ooit op de moderne Spelen, in Sydney 2000 stonden we 55ste, in Athene 2004 51ste. Met dat verschil: er zijn wel meer landen op de Spelen dan vroeger.

En dan was er nog die andere Belg die het meest van al in het wereldnieuws kwam: baanwielrenner Gijs Van Hoecke, dronken uit een Londense club gevist en opgemerkt door de Londense paparazzi. Een atleet verdient decompressie, maar het Belgische imago hielp het niet vooruit.

België, atletiekland

Drie medailles was het minimumdoel, zes het droomdoel. Hebben we misschien te hoog gemikt? De Smedt: 'Neen. Als je ziet hoeveel top achtplaatsen we hadden, dan was het resultaat van Atlanta 1996, zes medailles, geen illusie.'

Maar er is een keerzijde aan de medaille. Een verheugende vaststelling is dat België blijft meespelen in atletiek en dat het zich weer toont als zwemland, de twee belangrijkste olympische sporten. Wat Kevin en Jonathan Borlée presteerden, tweelingbroers in een olympische 400-meterfinale, is onuitgegeven in de wereld. Hans Van Alphen strandt op een zucht van het podium in de tienkamp - dat zijn de meest complete atleten ter wereld. Tia Hellebaut haalt geen twee meter, maar is vier jaar later - en als mama van twee - vijfde van de wereld. De 4x400m-mannen zijn, ondanks de kleine Belgische kweekvijver, vijfde van de wereld. Het is bijzonder lang geleden dat de Belgen zich zo toonden in de atletiek.

Zwemmen dan. In een van de sterkst bezette sporten ter wereld staan er Belgen bij de beste acht van de wereld. Met dank aan de mannen van de 4x100m vrije slag. Een zwembelg in een olympische finale, dat is geleden van Fred Deburghgraeve in Atlanta 1996. Andere lichtpunten: de hockeymannen, nog achtste in Peking 2008 en nu vijfde in Londen 2012.

Was London 2012 slecht voor Team Belgium? Afgemeten aan de medailles, tot nader order nog altijd het internationaal aanvaarde criterium, wel. Was het kommer kwel? Neen. Geen A-medailles voor de Belgen, wel straffe A-prestaties.