Kopecky: 'Iets te ver in laatste bocht'

Lotte Kopecky mag terugblikken op een geslaagd EK. De juniore uit Schelle veroverde vrijdag de bronzen medaille in de tijdrit, en zondagochtend finishte ze in de wegrit op de vijfde plaats. Daarmee was ze opnieuw de beste Belgische, al vertoonde haar blik kort na de aankomst toch ook sporen van ontgoocheling.

'Als ik nog iets meer vooraan door de laatste bocht had kunnen gaan, was een nieuwe medaille misschien wel mogelijk geweest', verklaarde Kopecky. 'Eenvoudig was het echter niet in de heel gevaarlijke slotfase. Als team waren we in de slotronde mooi naar voren opgeschoven, maar de golven bleven langs alle kanten komen. Je kon niet anders dan hier en daar wat duwen om je plaats te behouden. De bijna onvermijdelijke valpartij gebeurde gelukkig net achter mij, maar in de laatste bocht zat ik toch maar in zevende of achtste positie. Dat bleek iets te ver om nog te kunnen meespelen voor de medailles.'

Het zag er in de slotronde lang naar uit dat de pelotonspurt slechts voor een vierde plaats zou zijn. 'Ik vermoedde wel dat alles nog zou samenlopen', zei Kopecky daarover. 'Zijlaard, Baur en Pietrzak sloegen weliswaar een mooi kloofje, maar de Italiaanse meisjes namen het heft in handen en reden de kloof vrij makkelijk dicht.'