Ulla zet sportactiviteiten noodgedwongen op laag pitje

‘WK Judo naar België halen’

Het goud van Ulla Werbrouck was een zegen voor de judosport.

Het goud van Ulla Werbrouck was een zegen voor de judosport.

Waar de Belgische atleten in Londen niet in slaagden, gaf Ulla Werbrouck (40) in 1996 in Atlanta wel het goede voorbeeld. De judoka won goud en meteen beleefde de judosport hier een hausse.

Hoewel ze jaar na jaar verder afslijten, zijn de Olympische ringen op de grond voor het ouderlijke huis van Ulla Werbrouck in de Baronstraat in Emelgem nog altijd zichtbaar. Het hele dorp vierde feest toen hun gouden Ulla in 1996 thuiskwam van de Olympische Spelen. ‘We werden officieel ontvangen en in een open wagen rondgereden’, herinnert de judoka zich.

Intussen is Ulla actief als volksvertegenwoordiger voor de Lijst Dedecker. In haar woonplaats Lendelede is ze druk bezig de gemeenteraadsverkiezingen voor te bereiden met de lijst Samen. ‘Tussendoor proberen we het WK judo naar België te halen en samen met de topsportcommissie voer ik een analyse uit van de Olympische Spelen. Nu het even windstil is op politiek vlak in Brussel heb ik hier de tijd voor’, lacht ze.

Olympische sfeer

Uiteraard pendelde Werbrouck een paar keer op en af naar de Spelen in Londen. Ze voelt zich nog altijd sterk verbonden met de sfeer die er hangt. ‘Naast je gewone familie heb je ook een sportfamilie. Op de Spelen heerst een heel andere sfeer. Daar is het meer land tegen land en minder atleten tegen mekaar.’

Toch zag ze de Belgen geen potten breken, daar in Londen. Nochtans zouden judo en sport in het algemeen er wel bij varen. Toen zij samen met Gella Vandecaveye de successen aan elkaar reeg, vierde de judosport hoogtij. Dat effect is intussen weer weggeëbd. ‘En er zit niet meteen iemand klaar die medailles kan oogsten’, meent Ulla. ‘Het aantal judoka's vermindert. De sport zelf is springlevend, maar dat vertaalt zich niet in medailles. Er moet dringend een visie rond de sport ontwikkeld worden. '

Aan judo of andere sporten komt ze nauwelijks nog toe. ‘Als ik begin te sporten, ken ik geen grenzen. Ik kan niet dimmen, met blessures tot gevolg’, verklaart ze. ‘Mijn lichaam heeft te veel afgezien. Dit is de tol van jaren topsport te beoefenen.’

Toen ze de kaap van de 30 genomen had, besloot Werbrouck dat het welletjes geweest was. ‘Het was tijd voor iets anders, en voor kinderen’, zegt ze. ‘Het is nu aan de anderen, maar als ik zou mogen herbeginnen, zou ik meteen weer voor topsport kiezen.’