Standard Luik en de Waalse derby zijn trainer Ron Jans op het lijf geschreven

Ron Jans: ‘Ik kom ook uit een rood nest'

‘Ik vond Standard van de eerste dag een geweldige club', zegt Jans. ‘Die club leeft ongelooflijk.'

‘Ik vond Standard van de eerste dag een geweldige club', zegt Jans. ‘Die club leeft ongelooflijk.'

‘Een stad als Charleroi bevalt mij best. Ik ben ook een beetje zo.' Le Pays Noir trekt Standard-coach Ron Jans wel. ‘De derby van het zuiden leeft hier zoals bij ons in het noorden Heerenveen-Groningen.' Gesprek met een Nederlandse working class hero over zijn coup de foudre voor Standard, Luik en de Walen. ‘Mijn socialistische vader van 84 is zo trots op mij.'

Hulptrainer Peter Balette vroeg donderdagochtend voor de training één minuut stilte voor de Nederlandse T1 van de Rouches, keeperstrainer Eric Deleu trainde in een shirt van de Rode Duivels. Ron Jans vond het hoogst vermakelijk.

‘Jullie hebben het fantastisch gedaan, ik heb iedereen, ook de supporters rondom, gefeliciteerd. Ik heb wel gezegd: het was maar een oefenpartijtje, afspraak als het om het echhie gaat.'

Zoals die 4-2 voor de Rode Duivels een hele opluchting was, zo was de 3-1 van vorige week tegen Waasland-Beveren dat voor de Rouches ook, erkent Ron Jans. ‘Niet dat er al serieus druk was, maar het deed toch deugd. Nu moeten we doorgaan. In het Frans: avec une victoire nous pouvons être lancé. (lacht) Al wordt het niet evident. Ik zag Charleroi al twee keer aan het werk en ik vind het géén degradatiekandidaat.'

Je amuseert je hier danig, hè.

‘Amuseren is niet helemaal het juiste woord. Ik werk hier ook hard, hoor. Maar het klopt dat ik Standard Luik van de eerste dag een geweldige club vond. Die club leeft ongelooflijk. Honderden supporters op training, die sfeer op Sclessin in de thuismatchen. Ik ben er trots op trainer van Standard Luik te zijn en hier wat te kunnen helpen opbouwen. En in de Ardennen loopt de weg wel eens omhoog en dan moet je wat harder trappen.'

Jullie hebben jullie fietsen toch thuis gelaten?

‘Het zijn van die zware, Nederlandse fietsen. Uiterst geschikt om te rijden in Drente, waar we woonden. De hoogste berg is er 12 meter. Maar voor al die heuvels hier hebben ze veel te weinig versnellingen.'

En wanneer gaat de wind eens liggen op Standard? Sedert de komst van Duchâtelet 23 bestuurswissels en 45 transfers. Als het dit seizoen zou mislopen, kijken de supporters meer naar Duchâtelet die hier alles naar zijn hand zet dan naar de trainer, niet?

‘Daar kan ik niks mee. Ik ben er absoluut van overtuigd dat ook Roland Duchâtelet met deze club iets wil opbouwen en ik ben hier niet alleen om mijn loonstrookje op te halen. Ik wil een team forceren, spelers beter maken, jonge jongens leren wat het vak voetbal inhoudt, wat je ervoor moet doen en laten. En zo proberen om van Standard weer een Belgische topclub te maken.'

‘Deze club bruist ongelofelijk. Ik drink meestal plat water, maar hier neem ik al eens bruis. (lacht) Iedereen werkt hier met hart en ziel, zoveel passie heb ik nergens elders meegemaakt. In Heerenveen zaten ook elke wedstrijd 26.000 toeschouwers, maar die waren toch veel rustiger. Alleen Feyenoord komt in de buurt. Dat zo'n betrokkenheid voor al te hoge verwachtingen kan zorgen, moet je voor lief nemen.'

Vanuit Noord-Nederland naar het flamboyante zuiden van België: is het een groot verschil?

‘Er is absoluut een cultuurverschil. En wat ik dagelijks meemaak: Wallonië en Vlaanderen zijn twee totaal verschillende culturen. Ik woon in Plainevaux, ten zuiden van Luik, en ik kan er alleen de Franstalige televisiezenders bekijken. Dat is toch raar? En Vlaamse kranten kan ik er ook niet krijgen. Er wordt ook gezegd dat Walen opener zijn, maar ik vind Nederlanders toch nog wat directer.'

Je maakte er als ex-leraar een erezaak van meteen goed Frans te spreken.

‘Ik wil nog veel verbeteren, wil nog lessen bijnemen. Zodat ik met iedereen écht een goed gesprek kan voeren. Niet alleen in de voltooide tijd. (lacht) Nu is het nog kolenboer-Frans.'

Deze volksclub, tussen de mijnterrils, is je als zoon van socialisten op het lijf geschreven, niet?

‘Dat gevoel heb ik ook. Voetbal is zo mooi omdat het een sport is van het volk en ik ben van thuis uit ook een volksjongen, kom uit een rood nest. Ik vind Luik ook wel een hele mooie stad. Al duurde dat wel even. De eerste en de tweede en de derde keer dat ik naar hier reed, dacht ik: grijs! En verschrikkelijk lelijke, roestige, stinkende fabrieken. En in het hotel waar we de eerste keer verbleven, stond alle vuilnis buiten, rook het allemaal niet zo lekker. Dat is ook Luik. Dat is de verpakking. Maar ik heb intussen ook een gezellige, mooie stad leren kennen, met heel vriendelijke mensen. Mijn vader is hier al twee keer geweest. Hij is 84 jaar en alleen, mijn moeder is in januari overleden. Hij leeft enorm mee. Hij wilde zeker Standard Luik nog eens meemaken. Ik heb hem rondgeleid in ons oefencentrum en op Sclessin. Hij was zo trots dat zijn zoon hier trainer is.'

Mag ik nog ééntje? Je oogt zo robuust dat ik mij jou moeilijk kan voorstellen als de snelle linksbuiten die je vroeger zou zijn geweest.

(lacht) ‘Ik was vroeger wel wat ranker, hoor. Mijn postuur van vandaag past niet meer bij de voetballer van vroeger, zeg maar. Maar ik was ook niet echt het type snedige, wendbare linksbuiten zoals Rob Rensenbrink. Vanaf mijn 27ste zakte ik trouwens al af naar het middenveld, waar ik vooral een harde werker was.'

Lees alle 1 Reactie