Annick Sevenans is de Kim Clijsters van het rolstoeltennis

‘Zonder mijn handicap zou ik het geluk niet kennen dit allemaal te kunnen meemaken.' Annick Sevenans (25) vertrekt binnenkort naar de Paralympics in London. De Oud-Turnhoutse rolstoelatlete is niet kansloos voor een medaille, maar even belangrijk is haar verhaal van tomeloze ambities en onstuitbaar positivisme. ‘De buitenwereld heeft meer aandacht voor die rolstoel dan wij.'

Komende week vertrekken de meeste mindervalide atleten naar Londen voor de 14de Paralympics, die op 29 augustus beginnen. Er nemen 39 Belgen aan deel, het dubbel van Peking 2008. Het tennistornooi met 32 vrouwen op de tabel start pas op 1 september. Annick Sevenans, medaillekandidate want zevende op de wereldranglijst, vertrekt op 28 augustus. Met een goed gevoel.

‘Ik kijk er verschrikkelijk naar uit. Die openingsplechtigheid alleen al: ik vertegenwoordig hier mijn land', glundert Sevenans nu al. ‘En de conditie en de voorbereiding zijn ook uitstekend. Als de loting wat meevalt, ben ik niet kansloos voor een medaille. Als ik in de kwartfinale meteen op Esther Vergeer (de Nederlandse nummer 1 die al meer dan … 500 matchen ongeslagen is, red) bots, dan heb ik een probleem, maar verder hangt de wereldtop dicht bijeen. Het voorbije jaar heb ik toch al de nummers 2 en 4 geklopt en maar nipt verloren van het nummer 3. Ik hoop vooral mentaal overeind te blijven.'

Geen compensatie

Annick Sevenans liep kort na haar geboorte een beschadiging op aan haar rug met paraplegie tot gevolg, wat haar levenslang aan een rolstoel kluisterde. Op haar twaalfde kwam ze er op vakantie achter dat ze aanleg had voor het tennisspelletje, op haar vijftiende kwam ze in het profcircuit terecht, met de Paralympics in 2008 als eerste hoogtepunt.

‘Ik heb een talent gekregen en ik wil er alles uithalen', legt ze uit. 'Het is dankzij die handicap dat ik zoiets als de Paralympics mag meemaken.' Sterker nog, al eens de Kim Clijsters van het rolstoeltennis genoemd zou ze haar zevende plaats op de wereldranglijst bij de mindervaliden niet willen inruilen voor pakweg een 200ste plaats op de valide WTA-ranking. Ze twijfelt geen seconde: ‘Absoluut, want dan zou ik het geluk niet kennen dit te kunnen meemaken. Ik heb al de hele wereld gezien en al veel topvedetten mogen ontmoeten. Dat kan mijn broer niet zeggen.'

Soms, heel soms, heeft ze zich wel eens afgevraagd welk niveau ze had bereikt als valide sporter. ‘Zou ik dan ook de Olympische Spelen hebben bereikt…? Zonder daar dan dieper op in te gaan.'

Technisch op niveau van Kim

Als de vergelijking toch al eens mag doorgetrokken geworden: puur inzake techniek en finesse moet ze niet onderdoen voor Kim en co, daar is ze van overtuigd. ‘Bij ons is de precisie nóg belangrijker, omdat het spel, door ons gebrek aan mobiliteit, trager is. Een dubbele backhand heb ik niet en omdat bij ons alles uit ons bovenlichaam, onze schouders en armen, moet komen, kunnen we minder kracht geven, maar inzake techniek is het heus niet minder. Esther Vergeer deponeert die bal waar zij wil.'

In de discussie over de mindervalide atleten op de Spelen in London - naast Oscar ‘Blade Runner' Pistorius ook een eenarmige tafeltennisser - vindt Annick wel een hele moeilijke. ‘Ik kan mij daar niet over uitspreken. Ik zit in het (benadrukt) rol-stoel-tennis… Wheel-chair-tennis… Sowieso niet te integreren (lacht). Natuurlijk ben ik voor integratie in de sport, mindervalide atleten met valide. In ons land train ik als enige rolstoeltennisser op hoger niveau met valide B-speelsters. Maar in competitievorm? Ik weet echt niet wat ik daar moet over denken.'

Het is Kim niet gelukt, we gunnen Annick ons land nu helemaal een tennismedaille. Geschrokken: ‘Niet vergelijken!' Na Londen neemt ze, tegelijk met Kim ongeveer, afscheid van het hoogste niveau. ‘Tijd voor andere uitdagingen. Al zal ik wel blijven sporten, natuurlijk. Ik moet mijn energie toch kwijt?' (lacht)

Lees het volledige artikel in Het Nieuwsblad - Sportwereld van 19 augustus