Sponsors staan in de rij om Rabobank op te volgen

Ondanks de grootste dopingcrisis van deze nog jonge eeuw blijven bedrijven geïnteresseerd in wielersponsoring. ‘Er hangen heel wat partijen aan de telefoon’, zegt algemeen directeur Harold Knebel, die voor zijn ploeg een opvolger zoekt van de gestopte hoofdsponsor Rabobank. ‘Het wielrennen is nog niet dood.’

De Nederlandse Rabobank stopte eerder deze maand na zeventien jaar als sponsor in het profwielrennen in de nasleep van de dopingzaak rond Lance Armstrong. Er werd gevreesd voor een domino-effect, maar dat bleef tot dusver uit. De imagoschade voor het product wielrennen, dat ploegmanagers aan hun sponsors moeten verkopen, is onbetwistbaar, maar van een totale afkeer is geen sprake. Dat ondervindt Harold Knebel, algemeen directeur van het voormalige Rabobank, die op zoek moet naar een nieuwe hoofdsponsor voor zijn ploeg, de nieuwe werkgever van Sep Vanmarcke.

‘Meteen na de bekendmaking dat Rabobank zich terugtrok, rinkelde mijn telefoon een eerste keer’, zegt Knebel. ‘Er hebben al heel wat partijen aan de telefoon gehangen, bedrijven die kapitaalkrachtig genoeg zijn om een wielerploeg te sponsoren (fietsconstructeur Giant is er een van, nvdr.) . Het gaat niet over mensen die met 2 miljoen euro komen bedelen. Ja ze bellen zelf, maar u begrijpt dat ik voorzichtig ben. Pas als iemand zich bewust is van het hele pakket, dus ook het geld dat in communicatie en relatiemanagement moet gestopt worden, kunnen we van een echt mogelijke sponsor spreken. Het zal nog veel moeite kosten om iets af te ronden tegen eind dit jaar, maar in de interessefase is er aan belangstelling geen gebrek. Het wielrennen is dus nog niet dood. Ik hoop dat onze sport met een nieuw juridisch raamwerk een doorstart kan maken.’

Ethisch risico

Het over te nemen Rabo Wielerploegen bv heeft al een bestaande structuur met renners en staf én bankgaranties die nodig zijn voor een WorldTour-statuut voor 2013. Dat is natuurlijk een pluspunt. ‘Vraag maar aan Sky of GreenEdge hoeveel moeite het kost als je vanaf nul moet beginnen’, zegt Knebel. Wie vanaf nul moet beginnen ondervindt mogelijk meer weerstand. Bedrijven blijven geïnteresseerd in het product wielrennen, maar ze hebben na de zaak-Armstrong wel enige reserve. ‘De ethische zaken zijn een punt van zorg, er is geen enkele kandidaat die daar licht overheen gaat. Ik probeer hen ook duidelijk te maken dat er nog een en ander op komst is, weliswaar zaken uit het verleden. Desondanks blijven ze wielrennen als een interessant product zien waarmee ze veel aandacht genereren. De aantrekkelijkheid is blijkbaar groter dan het ethisch risico’, aldus Knebel.