Sven Nys veegt zijn nul op de legendarische Vélodrome weg

Sven Nys: ‘Cipo werd ook op zijn 35ste wereldkampioen'

Er valt voorlopig weinig te doen aan Sven Nys. Gisteren boekte hij in Roubaix zijn tweede Wereldbekerzege op rij en zijn tiende veldrit van deze winter al. ‘Ik ben blij dat ik eindelijk won op deze legendarische piste. Nu rest me nog de Kermiscross in Ardooie. Dat is de enige die ik nooit won.'

De Belgische kampioen maakte van de laatste honderden meters in het veld gebruik om net voldoende voorsprong te pakken op de andere Grote Twee, Kevin Pauwels en Niels Albert. De wereldkampioen schudde ontgoocheld het hoofd. De verrassing van de dag, de Zwitser Julien Taramarcaz, keek bewonderend toe hoe de veelvraat in de verte op dezelfde plek als Tom Boonen won.

‘Nys? Dat is een locomotief die ineens al zijn paardenkracht loslaat. Dan is hij allesverwoestend', zei de jonge Zwitser van BMC. ‘Door de hele cross voorin te rijden heb ik vandaag van Nys enorm veel opgestoken.'

De 36-jarige Nys blijft de rode draad door deze winter. Van de laatste acht klassementswedstrijden won hij er zeven. Er was enkel dat ‘accident de parcours' in Gieten een week eerder waarvan de Vlaams-Brabander ook gisteren bleef zeggen dat er niets aan de hand was. ‘Uiteraard had ik mijn vingers op de remmen, maar daarom rem je nog niet. Je doet dat om na de finish niet op tien fotografen te botsen die tien meter verder staan. Ik moet me tegenwoordig al verantwoorden als ik eens verlies. Ook al kwam het misschien allemaal lullig over.'

De veteraan deed het in Roubaix op een weinig beklijvend, supersnel parcours met een beproefd recept. Hij liet wereldkampioen Niels Albert van bij de start werken. Een halve cross reed hij zowaar achter de feiten aan. Om dan toe te slaan op een moment dat iedereen zich voor een sprint opmaakte. ‘Mijn start was een catastrofe. Ik wou over de twee balken springen, maar ineens kwamen er links van mij naast de hindernis renners langsgereden. Ik verwachtte me er niet aan, maar door dat manoeuvre zat ik plotseling te ver (10de positie, nvdr.). Dit was ook geen cross waarin je ineens een gat dicht kon knallen. Ik reed de perfecte koers door meter per meter terug te nemen. Daarna was het wachten tot de laatste ronde om op de trappen toe te slaan. Ik had al in de gaten dat Albert last had wanneer er werd doorgetrokken. Het kwam me goed uit dat hij na de trappen in mijn wiel zat, en niet Kevin Pauwels. Ik trok dan heel explosief op. Dat was voldoende. De omloop was ook niet zo simpel als Albert beweerde. Ik zou hier graag eens een doorsnee-wielertoerist die twee hellingen naar beneden zien rijden.'

De Belgische kampioen heeft een uitleg waarom het zo goed met hem gaat. ‘Het is een samenloop van omstandigheden. Ik teer op een goede conditie. De omlopen zijn iets zwaarder dan vorig jaar. Ik ben iets beter. Kevin is iets minder en Stybar is er niet meer bij. Het blijft elke cross wel spannend tot de laatste meter. Maar ik zit wel pas in de laatste ronde tegen de limiet aan. Alleen in Tabor en Hamme-Zogge heb ik er alles uitgeperst. Het stelt me wel gerust dat ik in alle klassementen, op alle soorten ondergrond, op verschillende manieren heb gewonnen. Deze winter zijn ze met mij nooit op hun gemak.'

‘Ik snap niet hoe ik nog altijd zo explosief ben. Hoewel, Cipollini werd toch ook op zijn 35ste wereldkampioen in Zolder. Explosiviteit is een van mijn handelsmerken waarop ik nog altijd werk. Anders blijf ik maar een locomotief die nooit meer onder stoom raak. Wie weet komt het me niet van pas op het WK in Louisville? Het allerlaatste seizoen in de regenboogtrui rondrijden: het zou wat zijn, maar zover zijn we nog niet.'