Commentaar

Onze toplaag kan niet zonder een stevige basis

Op termijn zal heel ons voetbal daar echter onder lijden. Tot de Rode Duivels aan toe.

Op termijn zal heel ons voetbal daar echter onder lijden. Tot de Rode Duivels aan toe.

Er gaat tegenwoordig geen week voorbij of er wordt ergens in het Vlaamse land wel de verdwijning van een voetbalclub of een fusie aangekondigd. Sommigen hebben dat door te hoge ambities aan zichzelf te danken, maar de meeste clubs zijn gewoon slachtoffer. Het verdwijnen van voetbalclubs heeft in veel gevallen menselijke tragedies tot gevolg. Jaar in, jaar uit, dag in, dag uit, zijn mensen, families, gemeenschappen met die club bezig geweest en plots is die er niet meer. Een belangrijk element uit het sociale weefsel van onze dorpen, gemeenten en stadswijken houdt op te bestaan.

Twee maatschappelijke fenomenen maken het runnen van een amateurclub moeilijk tot zelfs onmogelijk: de financieel-economische crisis en de groeiende ik-mentaliteit. Sociaal engagement wordt steeds meer een ijdel begrip. Het gevolg is pijnlijk: veel clubs kunnen het niet meer aan. Ze vinden geen vrijwilligers om de club draaiende te houden of kunnen de steeds ouder wordende bestuursleden niet vervangen.

Clubs in nood kijken naar de gemeentelijke overheid voor meer steun. Dat is op zich begrijpelijk en tot op zekere hoogte terecht. Clubs mogen er evenwel niet gemakkelijkheidshalve van uit gaan dat de belastingbetaler voor foute beleidskeuzes opdraaien. De race om de beste ploeg in de eigen omgeving te zijn mag, zonder het competitie-element uit het oog te verliezen, niet tot onverantwoorde uitgaven leiden. Iedereen kent wel de verhalen van de soms waanzinnige bedragen die in het provinciale voetbal worden betaald. Die vergoedingen verdienen een uiterst kritische benadering. Wat meer plaats en financiële middelen vrijmaken voor vermaak in een bredere context en voor de jeugd is nodig.

Opvallend is dat de Belgische voetbalbond, de Voetbalfederatie Vlaanderen en het ministerie van Sport weinig graten zien in de afkalving van het aantal clubs. Ze hopen op schaalvergroting. Dat de verankering, het dorps- of gemeentegevoel daarbij inschiet, is geen prioritair probleem voor de beleidsbepalers. We zouden ze graag ongelijk geven maar onze enquête wijst uit dat zelfs in de allerlaagste regionen de clubs nauwelijks met eigen opgeleide spelers in de A-ploeg spelen. De clubs fnuiken zelf het kerktoren-gevoel. De beleidsbepalers willen kwaliteit.

Op dit moment is de terugloop van het aantal clubs en voetballers slecht nieuws voor die clubs die verdwijnen of naar adem happen. Op termijn zal heel ons voetbal daar echter onder lijden. Tot de Rode Duivels aan toe. Het is een onlogische vaststelling. Terwijl voetbal als wereldsport steeds groter wordt, verdwijnen in ons land de clubs bij bosjes.

De toplaag kan niet zonder een stevige basis. Als die basis afbrokkelt, komt de kwaliteit van de hogere lagen in het gedrang. Daar is niemand bij gebaat.