Boonen: ‘Ik was echt bang'

Tom Boonen speelde gisteren niet mee in het sprintverhaal van Nacer Bouhanni in de eerste rit in lijn van Parijs-Nice. ‘Ik had gewoon schrik gekregen, en ik zat ook stikkapot', gaf hij eerlijk toe.

Vorig jaar trok Tom Boonen in de openingsrit naar Orléans het peloton aan flarden. Een huzarenstukje dat goed was voor zijn honderdste individuele zege in zijn carrière. Gisteren liet hij zich op het eerste gezicht samen met Gianni Meersman als een nieuweling ‘parkeren' in de tweede waaier onderweg naar Nemours. ‘Het was mijn dagje niet. Ik was zelfs blij dat ze weg waren en dat ik op mijn gemak naar de finish kon rijden.'

‘Al toen we de eerste keer de aankomst passeerden, besliste ik om niet mee te spurten. Op die weg naar Nemours was het pure chaos. Bijna elke meter was er wel iets op de weg aangebracht. Toen zat ik voorin, maar ik liet me zakken om wat ruimte te krijgen om te ademen. Ik zat al drie keer vlak achter een valpartij. Ik zag zelfs een collega los tegen de muur vliegen. Ik dacht bij mezelf: Tom, jongen , je hebt nu al zeven keer geluk gehad, je had er evenveel keer bij kunnen liggen. Het kostte ook energie om drie keer terug te komen.'

‘Dit parcours was niet geschikt voor een openingsetappe van Parijs-Nice, die altijd al van nature heel nerveus is. Als je je niet op je gemak voelt, dan heb je ook geen goede benen. Het probleem was dat de wind niet goed stond. Nu dacht iedereen dat het achter elke bocht ging gebeuren. En er gebeurde niets. Daardoor zat je met velen op een te kleine ruimte. Mijn goesting was over. Er is echter geen reden tot paniek.' Dat vond ook ploegleider Wilfried Peeters. ‘Het belangrijkste is dat Toms vorm in stijgende lijn gaat.