Armstrong testte vier keer positief op corticosteroïden in Tour 1999

Lance Armstrong testte tijdens de Tour van 1999 niet één, maar vier keer positief op corticosteroïden. Dat blijkt uit een interne nota van UCI-advocaat Philippe Verbiest, opgesteld op 22 januari jongstleden. Tot op heden was enkel de positieve test op 4 juli bekend, maar ook in daaropvolgende controles op 14, 15 en 21 juli toonde de urine van ­Armstrong ‘sporen' van het product ‘triamcinolone ­acetonide'.

Armstrong kwam destijds weg met de positieve plas omdat ploegarts Luis Garcia Del Moral een certificaat voor een zalf tegen zadel­pijnen antidateerde. ­Armstrong gaf dat zelf toe bij zijn biecht bij Oprah Winfrey.

In zijn interne nota zegt Verbiest dat de UCI destijds te goeder trouw handelde. Hij wijst erop dat de test op corticosteroiden gloednieuw was, dat zowel de renners als de bond er weinig vertrouwd mee waren en dat de aangetroffen hoeveelheden minimaal waren. Daarom was en is het volgens de UCI ‘waarschijnlijk dat het toen inderdaad om een zalf ging en niet om verboden systematisch gebruik.'