Ex-turnster is openhartig over haar moeilijk afscheid en gelukkig nieuw leven

Aagje Vanwalleghem: 'Er waren weken dat ik elke dag weende'

Sedert haar finale op de Olympische Spelen in Athene is het beeld van dat kleine, donkere, schattige turnstertje nooit veel veranderd. Er was maar één Aagje. Op 28 maart kondigde Aagje Vanwalleghem haar afscheid aan. Als een zelfbewuste, jonge vrouw van 24 jaar, met een lach en een traantje. Niemand lette op de tatoeage op haar rug. Een maand later kijkt ze achterom en vooruit. 'Er waren weken dat ik elke dag weende.' Frank Buyse

Het gaat ontzettend goed met Aagje Vanwalleghem (24). 'Ik heb rust in mijn hoofd', legt ze uit. 'Al kijk ik 's avonds nog steeds op mijn uurwerk: moet ik nog niet gaan slapen? En dan: neen, want geen training morgen! En dat wil ook zeggen: geen stress meer. Niet meer afzien. Lekker relaxed. Al zijn mijn dagen best gevuld, met hier en daar PR- of mediaopdrachten, mijn studies ook (communicatiemanagement HOWEST, Kortrijk, nog zo'n anderhalf jaar te gaan, red.). Maar al heb ik afgelopen maand niet méér gegeten of ben ik niet méér uitgeweest, ik ben niet van plan veel aan te komen, wil toch gauw weer dansen, lopen, fitnessen'


Turnen fysiek zwaar

'Weinig mensen beseffen hoe zwaar mijn sport fysiek is', kan Aagje (1.60 m, 55 kg) als geen ander getuigen. 'Het is echt roofbouw op je lichaam. Ik zal bijvoorbeeld altijd last blijven hebben van mijn knie. Turnen is één van de zwaarste sporten, weet ik zeker, zeker voor kinderen.'

'Maar ook mentaal is het ontzettend slopend. Zeker die revalidaties. Ik heb vaak diep gezeten, ja. Maar nooit op het randje, echt zware depressies, zoals al eens na de Spelen van Athene werd geschreven, zijn er nooit geweest. Omdat ik besefte dat ik als geadopteerd kind uit Brazilië, waar ik anders wellicht nooit had overleefd, ontzettend veel geluk had. Het turnen kon nooit belangrijker zijn dat het leven. Maar ik voelde ook dat mijn turntalent een godsgeschenk was dat ik niet in de vuilnisbak mocht gooien. Daarom ook ben ik zo lang blijven doorvechten. Al had ik het zonder de hulp van moeke nooit allemaal doorsparteld. Ik herinner me nog een stage in Roemenië, ik was pas 16 jaar en zat daar drie weken helemaal alleen. Ik heb er élke dag geweend en uren getelefoneerd met mijn mama (stil) Ik ben er trots op dat ik dat allemaal heb overleefd. Op het einde was er ook die schrik voor een vierde zware knieblessure. Stoppen omwille van een blessure, dat had ik heel erg gevonden. Maar trainen met schrik, dat wordt pas gevaarlijk.'


Lees alle 1 Reactie