EN DANSEUSE

Jasmine Vangrieken: 'Ze moeten van de coureurs blijven'

Ze stonden daar weer, op de berg. Venten in strings, venten in vrouwenkleren, venten met een pluim in hun gat: schoon beeldmateriaal. Goed voor de sfeer in de koers. Maar als ze aan de coureurs komen, krijg ik het altijd aan mijn water.

Je moet je dat eens voorstellen: een hele dag zit je op je fiets, je bent stikkapot, de weg danst voor je ogen en dan begint er zo'n gek in Borat-pak in je oor te joelen. Hij trekt de spurt van zijn leven naast je, kriskras over de baan, en ondertussen zwaait hij met een klaphandje in de linker- en een opblaasbare reclamebuis in de rechterhand. Zo één met van die scherpe kantjes aan, die je vel opensnijden. Dan is het simpel. Dan blijft er maar één optie meer over voor de coureur: een goeie, stevige linker. Dan is het rap gedaan.

De supporters geven de koers leven, maar als je een échte liefhebber bent, val je de renners niet lastig. Dan komt een spandoek veel beter van pas. Zelf heb ik er ooit één keer mee langs de kant gestaan. In de eerste Tour van Johan, langs de Champs-Elysées. We waren met een heel busje van de familie gegaan, T-shirts laten maken, spandoeken geschilderd. En dan maar roepen en tieren in Parijs. Fantastisch. Maar als we Johan 's avonds terug zagen, was het resultaat toch een beetje ontnuchterend: Spandoeken? Ik heb niks gezien.