Pistorius: 'De Borlées zijn prachtkerels'

De Usain Bolt van de 400meter, zo noemt Jonathan Borlée hem. Oscar Pistorius, die met kunstbenen loopt, is de eerste die én aan Paralympische Spelen én aan Olympische Spelen deelneemt. Dit seizoen is hij tot nog toe sneller dan Kevin Borlée, tegen wie hij dit weekend in Amerika loopt. Blade Runner, gerespecteerd maar ook omstreden. 'Ik ben geen topper door mijn kunstbenen, maar omdat ik hard werk.'

Vorig jaar stond je bij de beste zestien op het WK. Begrijp je dat hoe sneller je loopt, hoe groter de kans is dat de discussie weer oplaait: leveren de kunstbenen je geen mechanisch voordeel op?

'De rechters van het Arbitragehof hebben unaniem beslist dat ik geen mechanisch voordeel heb. Bij twijfel zouden ze mij niet hebben toegelaten tot de Spelen, om juridische stappen te vermijden. Ik ben geen topatleet door mijn kunstbenen, wel omdat ik zo hard werk. Op de Paralympische Spelen loop ik beduidend sneller dan mijn concurrenten. Ik wil niet arrogant overkomen, maar het zal nog lang duren voor er nog een paralympische atleet zal deelnemen aan de Olympische Spelen, hoewel ze op hetzelfde materiaal lopen.'

Dit weekend loopt je tegen onder anderen Kevin Borlée.

'Ik zal blij zijn als ik een goede chrono neerzet. Kevin is verduiveld snel en geeft zich altijd. Zowel Kevin als Jonathan zijn prachtkerels.'

Waarom?

'Ze mogen tenger en klein lijken, maar ze hebben de grootste ambitie van allemaal. Ik hou er enorm van om tegen die gasten te lopen. Als je ze vraagt hoe ze een wedstrijd zullen aanpakken en welk tempo ze willen lopen, kijken ze je aan: wat bedoel je, welk tempo? Je start zo snel mogelijk, je loopt in het midden zo snel mogelijk en je eindigt zo snel mogelijk. Soms pakken ze een wedstrijd zo aan: niet omkijken, vlammen en doorgaan tot ze erbij neervallen. Ze hebben een groot strijdershart, dat typeert hen.'

Je kunt hen wel de weg versperren naar een olympische finale.

'Jonathan en Kevin zijn bijzonder kwaaie klanten. Ik vind het een eer dat ik al enkele keren tegen hen heb kunnen lopen. Soms kon ik gelijke tred houden, vaak knijpen ze mij dood (lacht). Om realistisch te zijn: als ik de halve finale van de olympische 400meter haal, ben ik tevreden.'

Lees het volledige interview in Het Nieuwsblad van zaterdag 2 juni.