Mits enkele randvoorwaarden kan olympisch podium voor Borlées

Niet zo gek

Straffe taal, die Kevin en Jonathan gisteren spraken. In koor zei de snelste tweeling ter wereld dat ze beter willen doen dan het WK atletiek vorig jaar. Rinkelt nog geen belletje?

Toen stond Kevin op het podium met brons en was Jonathan de op vier na snelste 400 meterloper ter wereld. Op de Olympische Spelen van Londen 2012 gaan de Borlées voor het podium.De tomeloze ambitie siert en tekent de tweeling. Maar is het realistisch? Misschien, mits enkele randvoorwaarden.

Eén: in een olympisch jaar is de tegenstand op 400 meter groter dan in een preolympisch jaar, ook al staat een WK geprogrammeerd. De groten kunnen elkaar wel vooraf dooddoen in de trials. Dat zijn selectiekampioenschappen enkele weken voor de Spelen die een klein atletiekland als België niet heeft. Neem de Amerikanen. Daar moeten de allerbeste Amerikanen knokken om te vechten voor drie olympische plaatsen, de Borlées kunnen in relatieve rust en met een betere opbouw naar de Spelen pieken. Het is bovendien te hopen dat enkele verrassingen gevestigde waarden uit de olympische selectie knikkeren. Een universitair bijvoorbeeld, die al vanaf januari knokt om te pieken op de trials, en dan is uitgeblust tegen de Spelen.

Twee: de Borlées zullen hun persoonlijk record moeten aanscherpen. Jonathan is goed op weg –hij verbeterde zijn persoonlijk record op de 200 meter dit jaar, als hij nu nog die snelheid kan doseren op een 400 meter, kan dat lukken. Tot nog toe vertrekt hij te snel en is hij niet fris genoeg op het einde. Kevin stond er de voorbije twee jaar op grote kampioenschappen –Europees kampioen in 2010, brons op WK 2011– en profiteert vooral van zijn uithouding, zeer belangrijk in een groot tornooi, waar verschillende wedstrijden na elkaar worden afgewerkt.

Dus, nogmaals de vraag: kan een olympische medaille? De geschiedenis leert dat normaal gezien een tijd van 44 seconden of minder nodig is voor goud –Peking 2008: LaShawn Merritt, 43.75; Athene 2004: Jeremy Wariner, 44; Sydney 2000: Michael Johnson, 43.84; Atlanta 1996: Johnson, 43.49. De Borlées zullen nooit onder 44 seconden duiken, daarvoor hebben ze te weinig basissnelheid. En ook al is het mondiale niveau van de 400 meter inmiddels gedaald, olympisch goud lijkt te hoog gegrepen als Kirani James of LaShawn Merritt in de finale staat.

En zilver of brons? Wie vorig jaar had gezegd dat de Borlées de enige twee Europeanen in de finale waren en Kevin brons pakte, werd verwezen naar het dichtstbijzijnde gekkenhuis. Dus niet zo heel gek, de straffe taal.

 

Lees alle 2 reacties