We zetten geen gulden meer in op Oranje

Waar de geschiedenis al niet goed voor is. Nederland trekt zich op aan het EK 1988 om van dit tornooi nog iets te maken. Vierentwintig jaar geleden verloor Holland zijn eerste EK-wedstrijd tegen de Sovjet-Unie om uiteindelijk toch nog Europees kampioen te worden. Het is veelbetekenend dat Nederland het al in het verleden moet zoeken om het moreel op te peppen.

Hoe je het ook keert – beginnen met een nederlaag tegen Denemarken is een nachtmerriescenario. Kwalificatie met vier punten in de laatste twee wedstrijden kan, maar in principe moet Nederland zijn twee volgende wedstrijden gewoon winnen. Tegen Duitsland en Portugal. Zeg maar een mission impossible.

In 1988 kreeg Oranje uiteindelijk hulp van de scheidsrechter en plaatste het zich na zeges tegen Engeland en Ierland. Daarna zat het al in de halve finale waarin het won van West-Duitsland.

Of het nu ook zo'n vaart loopt lijkt onzeker. Duitsland deed zaterdag tegen Portugal wat ze al zo vaak deden. Hun tegenstanders de indruk geven dat er iets te rapen valt en dan toch koeltjes met 1-0 winnen. De Christoph Daum-score, inderdaad.

Bovendien, en dat is eigenlijk nog veel slechter nieuws, legde Denemarken in Charkiv de achilleshiel van Oranje bloot. Tussen de aanvallende vier (Robben-Sneijder-Afellay-Van Persie) en de verdedigende zes gaapt een kloof zo breed als de Delta-werken. Niki Zimling, Morten Olsen en de andere Denen zeiden het allemaal: als je de vroege druk van de vier aanvallers weerstaat, krijg je verrassend veel ruimte om te voetballen. Ruimte waar niet alleen Denemarken, maar ook Duitsland en Portugal gebruik van zullen kunnen maken.

Een oplossing kan erin bestaan om een van de twee controlerende middenvelders op te geven en Wesley Sneijder een rij achteruit te trekken. Maar kan hij dan nog de heerlijke balletjes geven zoals hij zaterdag deed? Kopzorgen voor Bert van Marwijk. Wij zetten alvast geen gulden meer in op Oranje.

Lees alle 3 reacties