TennisBNP Paribas Fortis JeugdinterclubJongens 16.3 - Buizingenaar Tom Bellens ongeslagen in interclub

Van wielerpeloton naar courts

‘Er wacht me een drukke tenniszomer’, zegt Tom Bellens.

‘Er wacht me een drukke tenniszomer’, zegt Tom Bellens.

Tom Bellens (C30/5) groeide bij Sollenbeemd Halle uit tot één van de revelaties van het seizoen, maar in de halve finales moest de Buizingenaar met zijn team wel de duimen leggen tegen TK De Wehzel.

Je legde persoonlijk een foutloos parcours af bij de Jongens 16.3, maar dat leverde net geen finale op?

Tom Bellens: ‘Ik bleef zelf ongeslagen. Ik speelde aan de zijde van Louis Knockaert en Robin Smismans. We speelden enkele jaren geleden al eens samen interclub en ook toen sneuvelden we in de halve finales. Dit keer bleek Wehzel net iets te sterk. Ik won wel mijn enkelspel, maar Louis Knockaert moest het onderspit delven. Aan de zijde van Robin Smismans probeerde Louis revanche te nemen in het dubbelspel, maar ook nu trok de Elewijtse club aan het langste eind. Zelf tennis ik sedert mijn achtste. Ik speelde altijd al bij Sollenbeemd waar Gregory Goemanne me de kneepjes van het vak leerde en me ook nu nog traint. Ik keerde het tennis wel een paar jaar de rug toe. Ik sukkelde met een knieletsel ten gevolge van groeipijnen. De artsen verboden me om te tennissen, maar naderhand zetten ze gelukkig het licht opnieuw op groen.’

Je won vooralsnog geen tornooien, maar de lat wordt stilaan hoger gelegd?

‘Er wacht me een drukke tenniszomer bij de Mannen 5 en 6. Ik focus me op het Nieuwsblad Criterium bij de Mannen 6 waar ik aan de bak kan met mijn C30/5-ranking, maar ik proef graag ook al van het tennisgeweld bij de Mannen 5. Je speelt uiteraard altijd om te winnen, maar mijn ambitie blijft toch ondergeschikt aan het tennisplezier op de courts. Ik amuseer me op de tenniscourts en vooral daar draait het om.’

Je stapte even over naar het wielerpeloton, maar je keerde terug naar je oude tennisliefde. Het gras oogt aan de andere kant steeds groener?

‘Ik beklaag het me zeker niet dat ik het probeerde, want plots had ik zin om te koersen en ik voelde mijn gevoel. Ik trok van het wielerpeloton terug naar de courts en dat is een definitieve keuze. Tennis is mentaal een stuk zwaarder, want je staat alleen op het veld en bij elke slag moet je er staan. Wielrennen is fysiek dan weer veel zwaarder en vergt meer tijd om te trainen. Ik volg Wiskunde-Wetenschappen in Sint-Victor te Alsemberg en die studies vallen beter te combineren met tennis dan het tijdrovende wielrennen. Mijn absolute tennisidool is Roger Federer. De Zwitser beschikt over een sublieme techniek en blijft zowel op als naast het veld steeds een goed mens. Kortom een grote meneer.’