Een proloog in drie stukken

Doet Luik vandaag een gooi naar het snelheidsrecord? Chris Boardman knalde in 1994 met een gemiddelde van 55,152 km/uur over de straten van Rijsel en zette daarmee de snelste Tourproloog ooit neer. Fabian Cancellara staat op drie, vier en vijf van dat klassement. Zijn op één na beste gemiddelde (53,660 km/u) vestigde hij acht jaar geleden in Luik.

De grote boulevards van de Vurige Stede doen deze namiddag opnieuw dienst als strijdtoneel voor de inleidende tijdrit, de zo pompeuze 'Grand Départ' van de Ronde. Ze opent deuren die een ander op de neus krijgt. Toen de Giro zes jaar geleden startte in het Luikse, moesten de Italianen zich tevreden stellen met een circuitje in Seraing. Nu is het Boulevard d'Avroy, Boulevard de la Sauvenière (waar Claude Criquielion destijds keer op keer naast de bloemen greep in Luik-Bastenaken-Luik), Place Saint-Lambert, .... Het heeft wel wat, zo'n koers in het bonkende hart van een stad.

Garnituur

Het parcours was bedoeld als een getrouwe kopie van dat waarop in 2004 de eerste gele trui het hoofd van de renners op hol moet brengen. De onvermijdelijke wegenwerken dwongen de organisatoren om er driehonderd meter bij te doen.

Het extraatje wordt gevonden aan de boorden van de Maas, het kabbelende rustpunt van een stad die nooit slaapt. In plaats van meteen op te draaien moeten ze er nog even verder, tot een rotonde met wat groen. Een onbetekenend detail? Toch niet. Het is één van de twee plekken waar de renners echt in de remmen moeten. Op dat ogenblik hebben ze al zowat 2,5 kilometer achter de rug en dienden die remmen louter als garnituur. Het was alleen even uitkijken voor de dokkerende kasseitjes bij het oprijden van de Rue de l'Université en die aan het bisschoppelijk paleis op de Place Saint-Lambert, de stilaan klassieke verzamelplaats van de Doyenne.

Vooral moest het regenen. Daarna nog een rotonde, een redelijk soepele bocht naar rechts en hop, daar zijn die fameuze boulevards opnieuw en mogen de remmen er definitief af.

'En toch maken die rotondes het verschil', waarschuwt Marc Wauters, één van de ploegleiders van Lotto-Belisol in deze Ronde. De Limburger zat de vorige keer in Luik nog zelf op de fiets. Hij klokte toen de 22ste tijd, op negentien seconden van de man die toen nog geen Spartacus was, maar gewoon Fabian Cancellara heette, een Zwitserse gladiator met toekomst. 'Die rotondes hakken de proloog in drie stukken, met telkens een nieuwe start. Terugschakelen, draaien en dan met steeds dieper verzuurde benen opnieuw een paar tandjes erbij gooien en rammen. En dat uiteraard allemaal op de limiet, want in zo'n proloog komt het op een seconde aan. Of nog minder.'

Geitenpad

Voor Wauters maken die boulevards niet veel uit. 'Zolang het rechtdoor gaat, mag het een geitenpadje zijn', grijnst hij. 'Alleen in de bochten zijn de renners blij met enige ruimte.'

Hoe dan ook wacht het Tourpeloton een echte proloog. Daarvan getuigt de knaltijd van Cancellara, acht jaar geleden. De Zwitser moet dus opnieuw bij de favorieten worden gerekend, maar hij niet alleen. 'Ik zet hem wel bovenaan als hij honderd procent in orde is', zegt Marc Wauters. 'Fabian is net iets vinniger voor dit spel van afremmen en optrekken. Meer dan Wiggins en Evans, echte rouleurs. Meer ook dan wereldkampioen Tony Martin, een man van de grote molen.'

Er kan ook wel een sprinter bij. In 2004 zette Thor Hushovd de vijfde tijd neer. Zodus... Sagan, Boasson Hagen, wie weet al een Cavendish, Goss, Kittel. Ze zullen er zeker alles aan doen om meteen mee te draaien. Dat betekent een grondige verkenning en een dito opwarming voor 6,4 kilometer aan honderd procent. 'En dan hopen dat er geen rare dingen gebeuren', lacht Wauters. 'Gaetan Bille dacht in de jongste Giro ook dat hij goed bezig was. Maar een halve minuut voor hij passeerde kieperde er in Herning eentje het ijswater van zijn frigobox over de plaveien. Zwiep! Gedaan...'