Spanje gelooft in historische derde toernooiwinst

Spanje mobiliseert voor een historische finale in Kiev. Van kroonprins Felipe tot premier Mariano Rajoy: niemand twijfelt eraan dat de geliefde 'Seleccion' als eerste land in de geschiedenis drie grote finales op een rij kan winnen. Ruim 11.000 Spanjaarden willen er zondagavond live bij zijn.

Heel de wereld heeft de mond vol over de renaissance van Italië en de geboorte van de wereldster Mario Balotelli. Heel de wereld? Nee, aan de overzijde van de Pyreneeën wordt met on-Spaans zelfvertrouwen uitgekeken naar de EK-finale in Kiev. De penaltyreeks tegen Portugal was een nationaal kijkcijferrecord en volgens alle voorspellingen zou het zondagavond opnieuw gebroken moeten worden. Niemand in Spanje twijfelt aan een goede afloop. Vanuit Madrid vertrekken vandaag twintig charters met fans die de historische derde toernooititel in vier jaar willen bijwonen. In de halve finale in Donetsk waren ze met 3.000, hun aantal verviervoudigt zondagavond in het olympisch stadion van Kiev tot minstens 11.000.

Tiki-taka

Gisteren was het precies vier jaar geleden dat Fernando Torres met een doelpunt in Wenen een einde maakte aan een halve eeuw ondermaats presteren van Spanje. Onder de ogen van generaal Franco werd de Seleccion bij de tweede editie van het toernooi Europees kampioen in 1964. Maar nadien volgde een lange reeks teleurstellingen en 'onterechte uitschakelingen', of de tegenstander nu Engeland heette (de kwartfinale van Euro '96 na penalty's) of België (Mexico '86 in het tijdperk-Butragueño).

Op het EK 2008 vond toenmalig bondscoach Luis Aragones eindelijk de succesformule. De Madrileense trainer bedankte het levende monument Raul voor bewezen diensten en vertrouwde het dirigeerstokje toe aan de Barcelonese tandem Xavi-Iniesta. Europa was getuige van een nieuw soort voetbal - het razendsnelle passenspel van de tiki-taka - en iedereen juichte mee met de historische overwinning tegen Duitsland.

Panenka

Op het WK 2010 had een andere Castiliaan, Vicente Del Bosque, het roer van Aragonés overgenomen, maar het succesrecept bleef behouden. Door de wonderlijke verspreiding van talent uit alle hoeken van het land - Xavi en Puyol zijn Catalanen, Xabi Alonso een Bask, Casillas en Torres Madrilenen en Sergio Ramos een Andalusiër - herkende heel Spanje zich in zijn Selección. De wereldtitel tegen Nederland werd een nieuwe mijlpaal, Barça-speler Iniesta werd als een held onthaald op het plein waar traditioneel Real Madrid zijn zilverwerk viert.

2012 moet het nec plus ultra worden van deze gouden generatie. Nog nooit won een land drie grote toernooien op een rij. Slechts één nationaal team - West-Duitsland in 1976 - bereikte drie keer op een rij de finale zoals Spanje nu heeft geklaard. Maar na zeges op het EK '72 en het WK '74 maakte de Tsjecho-Slovaak Antonin Panenka een einde aan de dominantie van Franz Beckenbauer en co. Hij deed het met de sindsdien bekende panenka-penalty, in dit toernooi met succes geïmiteerd door Andrea Pirlo en Sergio Ramos.

Italiaanse kopie

Spanje staat op een zucht van de voetbalgeschiedenis, maar toch kan net de laatste stap de zwaarste zijn. Sinds Fernando Torres op 29 juni 2008 raak trof tegen Duitsland zijn andere landen de succesformule van La Roja beginnen te kopiëren. Tot Italië toe, dat op dit EK, gek genoeg bijna Spaanser speelt dan Spanje zelf.

Het is misschien een late roeping, maar met Andrea Pirlo (33 ondertussen) heeft Cesare Prandelli zijn eigen Xavi gevonden. Met sublieme passes en een buitengewoon positiespel doet Pirlo het op Euro 2012 zelfs stukken beter dan het 'originele exemplaar' Xavi.

Zonder spits

Het grote verschil met Spanje is dat de Italiaanse bondscoach Cesare Prandelli voor twee aanvallers kiest, Mario Balotelli en Antonio Cassano. Omdat David Villa geblesseerd is, doet Spanje het in de finale wellicht zonder spits. Het experiment met Sevilla-aanvaller Alvaro Negredo viel in de halve finale tegen Portugal slecht uit.

Met 3 nederlagen in 48 toernooimatchen en 9 zeges op rij zonder tegendoelpunt in de fase van de rechtstreekse uitschakeling heeft Spanje alle redenen om vertrouwen te hebben. Maar het weet dat het zijn beste wedstrijd van het EK zal moeten spelen om Italië af te houden. In de groepsfase werd het tussen beide landen 1-1. Sindsdien is het spel van Italië alleen maar beter geworden, dat van Spanje in het beste geval gestagneerd.