'Broer zijn van Philippe Gilbert biedt alleen voordelen'

Jérôme Gilbert (28) tekende vorige week zijn eerste profcontract bij Accent.Jobs-Willems Veranda’s. Het gedroomde debuut in Luik-Bastenaken-Luik komt er door de administratieve rompslomp niet. ‘Jammer, maar geen probleem’, zegt Jérome. ‘Dan supporter ik toch gewoon zoals andere jaren langs de kant van de weg voor Phil.’

In Brasserie Le Cheval Blanc in Remouchamps, waar de supporters van Philippe Gilbert een warme thuis vinden, zijn de fans gul. Niet alleen Fast Phil krijgt steun, ook aan Maxime Monfort (Max), Gaetan Bille (Bille) en sinds kort GE, afkorting voor Jérome, wordt gedacht. ‘Een mooi gebaar’, aldus Jérôme Gilbert, sinds vorige week in het bezit van een profcontract bij Accent.Jobs-Willems Veranda’s. ‘Ik hoop dat ik hen niet teleurstel, maar verwacht van mij niet meteen de grote resultaten. Alles is nieuw. Ik leef nog maar enkele maanden als prof en moet nog heel veel leren’, tempert hij de verwachtingen.

Je zou aanvankelijk bij het continentale Geofco-Ville d’Alger je profdebuut maken, maar je koerst nu toch voor Accent.Jobs-Willems Veranda’s. Waar liep het mis?

‘Dat is een heel lang verhaal, maar laat het ons houden op een administratieve kwestie. Ik zou er overigens onbetaald aan de slag gaan. Nu heb ik me fel verbeterd, want ik rijd niet alleen voor een procontinentaal team (een stapje hoger dan een continentaal en net onder World Tourniveau, nvdr), ik word nu ook betaald om te koersen.’

Je bent 28. Waarom maak je nu pas je debuut als profrenner?

‘Ik fiets al van kleinsaf, doorliep de jeugdreekensen, maar maakte er daarna nooit werk van. Het grote verschil tussen mij en Phil was motivatie. Phil was als jonge gast al vastberaden om profrenner te worden. Ik deelde die droom niet. Hij was een harde werker, ik minder. Als hij ging trainen, was dat urenlang. Hij kwam terug en ik stond hem ondertussen al op te wachten: gewassen en aangekleed (lacht). Ik heb ook nooit die ambitie gehad om het proberen, omdat ik niet echt in mijn capaciteiten als renner geloofde. Ik koos voor een andere carrière, ging werken en vond plezier in de wedstrijden van Phil. Ik ben totaal niet jaloers op hem, integendeel. Ik ben heel trots op wat hij allemaal al heeft gerealiseerd.’

Wanneer maakte je dan de klik: ik probeer het toch?

‘Dat was na mijn zware val in de Ronde van Burkina Faso in 2010. Ik liep er een schedel-en neusbreuk op, mijn oogkas raakte beschadigd. Ik heb maanden hard moeten werken om te herstellen. Tijdens mijn revalidatie ben ik weer beginnen fietsen, vaak ook met Maxime Monfort. Hij verbaasde zich over mijn niveau. Gaandeweg groeide het besef dat ik misschien toch wel profrenner had kunnen worden. Phil steunde me daar ook in. Daarom besloot ik om het eens een jaar te proberen, want ik wou later niet terugkijken op mijn leven en spijt hebben dat ik de kans niet gewaagd had.’

Waarop je je ontslag gaf in een elektrozaak zonder dat je wist dat het wel zou lukken.

‘Misschien wel en de voorbije maanden waren niet gemakkelijk en kreeg ik een werkloosheidsuitkering. Het was een risico om die stap te zetten, maar ik gaf mezelf een jaar en kijk: ik heb nu een profcontract tot eind dit seizoen, dus ik ben nu al supertevreden..’

Hoe zou jij jezelf als renner typeren?

‘Vroeger was ik snel, maar noem me daarom geen sprinter. In het verleden reed ik nooit graag op hellingen. Ook al gaat het in de streek contstant bergop, toch slaagde ik er altijd in om op het vlakke te trainen. Ik klom niet graag, maar nu doe ik niet anders. Maandag beklom ik nog de Muur van Hoei, La Redoute en met plezier, maar vroeger vond ik dat veel te zwaar. Nu ik getraind ben, gaat het vanzelf. Het is geweldig om te zien hoezeer ik fysiek op enkele maanden tijd al veranderd ben. Sinds juli leef ik als een prof en ben ik al 15 kilo afgevallen. Ik krijg ook stilaan het lichaam van een profrenner en ik kan nog veel progessie maken. Er is nog marge, maar het zal ook nodig zijn, want mijn contract loopt maar tot eind dit jaar. Ik zal me moeten bewijzen als ik een verlenging wil afdwingen. Mijn rol in de ploeg is eenvoudig: knechten, het collectief dienen en vooral geen grote mond opzetten, maar veel luisteren en leren.’

Is het geen nadeel in het wielrennen om de broer van Philippe Gilbert te zijn?

‘Neen, integendeel. Anders had ik misschien wel geen contract gekregen en zat jij hier nu niet met mij aan tafel. Het biedt alleen maar voordelen om zo’n broer te hebben.’

Je broer ging de voorbije weken door een mindere sportieve periode. Heb jij ooit getwijfeld aan hem?

‘Neen, helemaal niet. Het is normaal dat hij wat trager op gang kwam. Zowel bij La Francaise des Jeux, als bij Lotto had hij een inloopperiode nodig. Koersen in een nieuw team vraagt een aanpassingsperiode. En dan waren er ook die tandproblemen. Dat speelt allemaal een rol. We zagen inderdaad niet de Gilbert die we gewoon zijn, maar ik denk dat elke grote kampioen door zo’n periode moet. Ik leefde echt met hem mee, want Phil is dat niet gewoon om op die manier te koersen, maar ik wist dat hij terug zou komen. Ik herhaal het nog eens: hij is een harde werker en in de Amstel Gold Race zagen we eindelijk weer de Phil van vroeger. Ook al verkeert hij nog niet in topvorm, toch kleurde hij mee de finale.’

Zal hij zondag winnen in Luik?

‘Hij is nog geen 100 procent, maar als hij aan de voet van de Saint-Nicolas nog mee vooraan is, maakt hij zeker kans op winst.

Je maakt het je familie nu wel lastig. Nu moeten ze voortaan twee renners in het peloton volgen

(lacht). Dat valt wel mee. Er is al van kleinsaf een opdeling: vader volgt mij, oudere broer Christian gaat naar Phil zijn wedstrijden. Eigenlijk zijn ze nu in het voordeel, want binnenkort rijden we misschien af en toe dezelfde wedstrijden. Mijn debuut wilde ik Luik-Bastenaken-Luik maken, maar door het biologisch paspoort (Jérôme Gilbert moet nog drie controles ondergaan vooraleer hij in een profwedstrijd kan starten, nvdr en ander papierwerk) zal dat niet lukken. Wellicht rijd ik mijn eerste profkoers op 1 mei, in de Rund um den Eschborn-Frankfurt. Daarna volgt de Vierdaagse van Duinkerke (van 4 tot 8 mei) en dan de Ronde van België (23 tot 27 mei). En zelf droom ik het meest van deelname aan Milaan-Sanremo, een mythische koers van 300 km: kan je je dat voorstellen: zo lang rijden. Het moet geweldig zijn ooit eens die klassieker te mogen koersen… en natuurlijk hou ik ook van La Doyenne, in mijn streek. Zondag zal ik er niet bij zijn, maar ik zal zoals andere jaren supporteren langs de kant. Vorig jaar zag ik Phil wel 15 keer, ik hoop dat ik hem nu opnieuw zo veel mogelijk kan aanvuren.’