Chareltje, Rupske en Stanneke gingen Isaac Galvez vooraf

,,Chareltje, Chareltje, Chareltje Verbist. Hadde niet gerejen op de pist, hadde niet gelegen in oe kist.''

Dit deuntje onstond in de nasleep van het dodelijk ongeval van de 25-jarige Karel Verbist op de velodroom van Karreveld op 21 juli 1909. Net als Isaac Galvez werd Verbist gekatapulteerd tegen de balustrade van de wielerbaan en stierf hij vrijwel meteen.

Verbist, specialist in het stayeren achter zware motoren, had op die bewuste 21ste juli nog precies één ronde voor de boeg in de wedstrijd die hij als winnaar zou afsluiten. Het moest en zou een feest worden: publiekslieveling Verbist die schittert op de nationale feestdag, op de velodroom waar hij drie dagen eerder, in de aanwezigheid van koning Leopold II, hoge ogen had gegooid.

Het mocht niet zijn. Gangmaker Ceurremans verloor de controle over het stuur na een klapband. Verbist kon een botsing met het vehikel niet vermijden, werd over zijn fiets gegooid, tegen de balustrade geworpen, rolde naar beneden en werd dan nog aangereden door de gangmaker van een Duitse concurrent. Voor Verbist kon geen hulp meer baten.

Net als Stan Ockers, de wereldkampioen die in 1956 overleed na een dodelijke val op de piste, zou Chareltje Verbist een koninklijke begrafenis krijgen.

Antwerpen verloor overigens niet alleen Verbist en Ockers op de wielerbanen. Op 12 april 1959 verongelukte in Palma de Mallorca Willy Lauwers op 22-jarige leeftijd. Lauwers had de bijnaam Rupske , omdat hij al kronkelend en wiegend overal wegglipte.

Het noodlot spaart ook de grootste durfals niet.

Een andere pistedode was de Fransman André Raynaud, de wereldkampioen bij de stayers die in 1937 omkwam in een baanwedstrijd in het Antwerpse Sportpaleis.

(frb)