Pieter Serry wil zich ook tonen in de finale van Amstel Gold Race

Pieter Serry: 'Jammer dat Wuyts me niet kende'

Pieter Serry (23) werd afgelopen woensdag derde in de Brabantse Pijl. Vandaag staat hij, als een van de speerpunten van Topsport Vlaanderen-Mercator, aan de start van de Amstel Gold Race. 'Ik hoop dat ik opnieuw iets kan laten zien in de finale.' Jochen Coorevits

Pieter Serry is een jongen van eenvoudige komaf. Zijn ouders hebben een boerderij met koeien en kippen. Tot voor kort hielp de profrenner uit Maria-Aalter in zijn vrije tijd in de stallen. Nu is dat nog moeilijk te combineren. Serry is een charmant man, maar eens op de fiets is hij een echte kuitenbijter. Hij kende al veel pech in zijn carrière, moest zelfs een stapje terugzetten, maar bleef keihard werken om toch maar prof te kunnen worden.

De 23-jarige Oost-Vlaming slaagde er vorige woensdag voor het eerst in zich in de kijker te rijden bij de profs. Dat was niet echt een toevalstreffer, want eerder dit jaar werd hij ook al vijftiende in de Coppi e Bartali. Het podium van de Brabantse Pijl was dus enkele een bevestiging van het goede vormpeil van de derdejaarsprof.

Je kende veel pech bij de jeugd.

'Inderdaad. Als eerstejaars junior won ik drie keer, natuurlijk verwacht iedereen dan dat je als tweedejaars junior meer wint. Maar dan begon de miserie. Ik kreeg te maken met klierkoorts en sukkelde een hele tijd met mijn knie. Daardoor verloor ik mijn basisconditie, ik moest ook te veel koersen op korte tijd. Vervolgens was mijn hematocrietwaarde te laag en verzwakte mijn weerstand. In de winter was ik dan ook veel ziek. Ik kende een slechte periode.'

Maar je knokte terug?

'Ja, ik zette een paar stappen terug. Jaar na jaar versterkte ik. Al brak ik wel nog mijn schouder en sleutelbeen. 2009 was een keerpunt in mijn carrière, dan ging alles opnieuw in de goede richting. Eigenlijk is mijn trainer, Chris Cornu, een zeer bepalende factor geweest. Hij haalde me vanuit een hele slechte periode naar deze goede periode. Je kan Cornu ook mijn mental coach noemen.' (grijnst)

Toch brak je vorig jaar nog je pols

'Ja, Ik sukkelde opnieuw lang met pijn en was vijf weken uit competitie. Daarna moest ik hard trainen om weer op niveau te komen. Nu voel nog ik nog wat pijn als ik over een hobbelend wegdek rijdt, maar het valt wel mee hoor.'

Je bent redelijk onbekend in Vlaanderen.

'Dat vind ik heel jammer. Bijvoorbeeld op het startpodium van de Brabantse Pijl gaf Michel Wuyts me geen aandacht, dat vond ik licht frustrerend. Ik heb het gevoel dat hij me niet kent, maar na mijn derde plaats van woensdag, zal hij wel weten wie ik ben.' (lacht) Heb je een verklaring voor je 'onbekendheid'?

'Ja, een simpele zelfs. Ik ben een klimmerstype, een ronderenner. Een typecoureur zoals ik maakt nu eenmaal minder snel progressie dan een klassieke renner à la Tom Boonen. Zij beschikken over een sterke eindsprint en behalen dan ook veel makkelijker overwinningen.'

Lees het volledige interview in de zondagskrant Het Nieuwsblad Sportwereld. Alle verkooppunten vindt u hier.