Twee jaar na zijn wereldtitel in Mendrisio gaf Cadel Evans in 2011 nog maar eens alle criticasters lik op stuk met eindwinst in de Tour de France. De
Australiër vocht op de flanken van de Galibier een heroïsch man-tegen-mangevecht uit met Andy Schleck en klaarde de klus vervolgens in de tijdrit. Hij werd zo de oudste naoorlogse Tourwinnaar. Evans belandde in 2005 bij Silence-Lotto en greep zowel in de Tour van 2007 als in die van 2008 net naast de eindzege. In 2007 scheidden slechts 23 seconden hem van eeuwige roem. In 2008 beet hij bij afwezigheid van Contador dan weer haast onbegrijpelijk zijn tanden stuk op niet-tijdrijder Carlos Sastre. De country boy ruilde na zijn triomf in Mendrisio Omega Pharma-Lotto in voor BMC en won in zijn regenboogtrui de Waalse Pijl en de Giro-etappe in Montalcino. Mede door een gebroken elleboog zakte hij nadien wel compleet door het ijs in de Tour. Iets wat hem door gezondheidsproblemen ook in 2012 overkwam. Evans, de eerste Australische wereldkampioen op de weg, greep in 2009 ook al naast de eindzege in de Vuelta (3de) na een lekke band richting Sierra Nevada. Voorafgaand aan zijn gele Tourtriomf was de introverte ex-mountainbiker in 2011 ook al de beste in Tirreno-Adriatico en de Ronde van Romandië.