Na zijn acht overwinningen in 2011 deed Elia Viviani er vorig jaar nog eens zeven bij. De Italiaanse sprintbom nam een verschroeiende start en stond midden
februari al bovenaan de zegestand met vijf stuks. Na zijn eindzege in de Ronde van Calabrië spurtte Viviani ook naar ritwinst in Coppi-Bartali en klopte hij onder anderen Boasson Hagen en Theo Bos in de eerste rit van de Ronde van Peking. Viviani werd zowaar het speerpunt van de Italiaanse ploeg voor de wegrit op de Olympische Spelen, maar ontgoochelde in Londen met een 38ste plaats. Bij zijn debuut in een grote ronde, zijnde de Vuelta, werd hij door John Degenkolb dan weer van twee ritzeges gehouden. Na de Ronde van Peking keerde Viviani terug naar zijn oude liefde, de piste, en kroonde hij zich tot Europees kampioen puntenkoers. Viviani nam in 2010 een droomstart voor Liquigas met een etappezege in de Ronde van Cuba, gevolgd door nog meer sprintzeges in de Ronde van Turkije, de Memorial Marco Pantani en Binche-Doornik-Binche. In 2011 kwamen daar nog overwinningen bij in onder meer de Ronde van Slovenië, de GP Nobili Rubinetterie, de USA Pro Cycling Challenge en de Ronde van Peking, waar hij de maat nam van ploegmaat Peter Sagan.