Zijn bijnaam ´Spartacus´ zegt genoeg: deze Zwitser is de krachtigste renner uit het peloton. Verschroeiend tegen de klok, fenomenaal over kasseien en
bergop haast niet uit de wielen te krijgen. De Zwitserse tempobeul, in 2010 winnaar van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, is sinds 2008 nog amper te stuiten. Vijf seizoenen geleden won hij Tirreno Adriatico én zette hij de sprinters een neus in Milaan-Sanremo. Zijn voorjaar gaf hem toen zo een boost dat hij op de Spelen in Peking goud behaalde in het tijdrijden en brons in de wegrit. In 2006 reed Cancellara in Parijs-Roubaix de tegenstand al op een hoopje, en zette zo 83 jaar na Henri Suter nog eens een Zwitser op de erelijst. In Salzburg (´06), Stuttgart (´07), Mendrisio (´09) en Geelong (´10) behaalde hij goud op het WK tijdrijden. Na een jaar van net niet was vorig seizoen een superduel tussen Boonen en hem in de maak tijdens de Ronde van Vlaanderen, maar een drinkbus op de weg zadelde hem die dag met een viervoudige sleutelbeenbreuk op. Met proloogwinst in de Tour (en zeven dagen geel) leek de Zwitser sneller dan verwacht weer hersteld, maar een valpartij op dezelfde schouder in de olympische wegrit betekende meteen het einde van zijn seizoen. Cancellara won tussen 2004 en 2012 al acht ritten in de Tour, in de Vuelta staat zijn zegeteller op twee.