Door een nekwervelbreuk, opgelopen in de Tour Down Under, zag Jürgen Roelandts vorig seizoen het volledig voorjaar aan zich voorbijgaan. De bakkerszoon
uit Bodegem won nadien nog wel de Franco-Belge, maar gebroken sleutelbeen deed hem er nog eens aan herinneren dat 2012 een absoluut pechjaar was. Het vertrek van Philippe Gilbert had Roelandts nochtans perspectieven geboden. Roelandts is samen met André Greipel de uitgesproken kopman voor het eendagswerk. Zonder een weergaloze Cancellara won hij in 2011 al de E3 Prijs (2de). Op het WK in Kopenhagen (5de) leek hij zelfs even op weg naar een medaille. Nadat hij in zijn laatste jaar bij de beloften Parijs-Tours had gewonnen, maakte Roelandts in 2008 een verbluffend debuut bij de profs. Hij schoot meteen in de roos in de Ronde van Polen en de Franco Belge. In Knokke kroonde hij zich zowaar tot Belgisch kampioen vóór Sven Vanthourenhout, Niko Eeckhout en Tom Boonen. De verwachtingen nadien waren groot, maar heupproblemen, een barst in twee lendenwervels en een darminfectie deden ook zijn voorseizoenen van 2009 en 2010 deels in het water vallen. Bij zijn Tourdebuut in 2010 stond Roelandts er weer helemaal: vier keer top 10, waaronder een 4de plaats op de Champs-Elysées.