In de schaduw van Tom Boonen werd vorig seizoen nog een tweede Belg wereldkampioen ploegentijdrijden in Valkenburg: Kristof Vandewalle. Niet voor niets
de Belgische kampioen tijdrijden van 2012. Drie jaar na zijn profdebuut bij Topsport Vlaanderen maakte de West-Vlaming uit Hulste begin 2011 een toptransfer naar Quick Step. Hij brak een jaar eerder door met winst in de GP Kanton Aargau. Vandewalle ging toen diep in de finale Heinrich Haussler en Emanuele Sella terughalen. In de Ronde van het Baskenland van 2011 kwam hij na de diskwalificatie van Freire maar een banddikte te kort voor de zege. Vijf maanden later, in de Vuelta, liet hij zich verrassen door opnieuw de snelle Francesco Gavazzi. Vandewalle imponeerde in 2011. Hij toonde zijn potentieel in de Ardennenklassiekers, met op kop zijn 19de plaats in Luik, maar verbaasde nog het meest met zijn 14de tijd in de slottijdrit van de Giro. De West-Vlaming kwam in 2008 al sterk binnen bij de profs. Zo reed hij lange tijd voorop in de E3 Prijs (15de) en de Amstel, werd hij 4de op het BK tijdrijden en pakte hij ei zo na zijn eerste profzege in de Bayern Rundfahrt. Vandewalle won in 2003 de Ronde van de Toekomst voor min 21-jarigen, maar had het bij de beloften niet onder de markt door zijn studies handelsingenieur en een gebroken elleboog. In 2007 won hij wel een rit in de Ronde van de Toekomst.