Met het aantrekken van Mark Cavendish zorgde Omega Pharma-Quick Step eind 2012 voor dé toptransfer in het wielrennen. De snelste man op twee wielen was
nooit echt gelukkig bij Team Sky, dat hem zowaar in de Tour in een knechtenrol duwde. De eigenzinnige Brit won tussen 2008 en 2012 maar liefst 23 ritten in de Tour en droomt nu al luidop van het record van 34 stuks van Eddy Merckx. Zijn wereldtitel in Kopenhagen 2011 was de ultieme bekroning voor het fenomeen van het eiland Man. Cavendish won al zowat alles waarvan een sprinter kan dromen. De Scheldeprijs in 2007 maakte dus wel degelijk de geboorte mee van de grootste spurtkoning van de jaren 2000 (en misschien wel aller tijden). In 2009 won hij zowaar Milaan-Sanremo, daar waar velen hem vooraf al zagen lossen op de Cipressa en de Poggio. De manier waarop hij Haussler toen remonteerde, was wereldklasse. In 2010 leek het de slechte kant uit te gaan met de Brit, maar de Tour van 2010 zorgde voor een verrijzenis. De sprintbom werd in 2005 en 2008 ook al wereldkampioen ploegkoers op de piste.