Zes jaar nadat hij op sublieme wijze een Vogezenrit had gewonnen in de Tour, was het in 2011 voor Pieter Weening ook raak in de Ronde van Italië. De Fries
kwam solo aan op de slotklim in Orvieto en bezorgde Nederland zo een eerste ritzege in de Giro sinds Jeroen Blijlevens in 1999. Het leverde hem meteen ook vier dagen de roze leiderstrui op. Na zijn Toursucces in 2005 leek Weening de rondehoop waarop Nederland al zo lang had gewacht. Hij boekte in datzelfde seizoen ook ritwinst in de Ronde van Polen, maar nadien ging het bergaf met de ranke klimmer. Pas in 2009, na zijn niet-selectie voor de Tour, kwam de kentering. Weening won tijdens de Tour een bergetappe in de Ronde van Oostenrijk en finishte een jaar later als helper van Bauke Mollema als 24ste in de Giro. Na zijn vijfde plaats in de Ster Elektrotoer kon enkel een ontketende Niki Terpstra hem in 2010 van de Nederlandse titel houden. Door knieproblemen kon Weening vorig jaar pas in april zijn debuut maken voor zijn nieuwe team Orica GreenEdge. Zijn sterke prestaties in Californië (10de) en de Dauphiné (11de) gaven hem nadien moed.