Voor Rinaldo Nocentini werd de Tour van 2009 een Italiaans sprookje. De Italiaan pakte bij zijn eerste deelname meteen de gele trui en hield die - bij
de gratie van Astana - acht dagen om de schouders. Nocentini deed daarmee zowaar beter dan Pantani in 1998. Ooit werd de zilveren medaillewinnaar van het WK bij de beloften een gouden toekomst voorspeld bij de profs, maar om allerlei redenen bleef hij een eeuwige belofte. Noch bij Mapei, waar hij haast werd versmacht door vedetten als Museeuw, Bartoli, Tafi en Bettini, noch bij Fassa Bortolo en Formaggi Pinzolo wou het echt lukken. Bij Acqua & Sapone kwam de kentering. Nocentini won in 2006 de Coppa Placci, de Giro del Veneto en de Ronde van de Appenijnen. De Toscaan koos nadien vreemd genoeg voor het Franse AG2R. Na zijn ritzege in Californië (2009) leek Nocentini begin 2010 definitief gelanceerd met ritwinst in de Haut-Var en een bijna-eindzege (na het schrappen van Valverde won hij alsnog) in de Ronde van de Middellandse Zee, tot hij een rampzalige dubbele beenbreuk opliep in de GP Insubria. Met zijn vierde plaats in de eindstand van Tirreno-Adriatico en een sterk Ardens drieluik kwam Nocentini in 2012 opnieuw boven water.