Nederland mag weer dromen van winst in de rittenkoersen. Er is Gesink, Ten Dam, Mollema, maar ook deze Steven Kruijswijk. De Noord-Brabander imponeerde
in zijn eerste twee profseizoenen bergop in de Giro. Na zijn achttiende plaats uit 2010 eindigde de Rabobankklimmer in de editie van 2011 als negende na onder meer een sterke prestatie op de Zoncolan (12de). In de daaropvolgende Ronde van Zwitserland (3de) verraste Kruijswijk de favorieten met een demarrage op weg naar Malbun. Dat de Ronde van Italië echter de Tour niet is, ondervond Kruijswijk vorig jaar. Als schaduwkopman eindigde hij in Parijs als 33ste. Kruijswijk kende in 2010 als neoprof pech toen hij in de Trofeo Mallorca tegen een brugleuning aanknalde en zijn borstbeen kneusde. Een week na het WK in Geelong liep hij in de Ronde van Emilia ook nog een breuk in het schaambeen op. Toch was 2010 sportief een succes. Naast zijn sterke Giro verbaasde hij bergop ook in de rondes van Murcia en Burgos. Kruijswijk was bij de jeugd nooit een toptalent, maar belandde in 2007 wel bij het continentale team van Rabo. In 2009 kroonde hij zich tot Nederlands beloftenkampioen op de weg en werd hij 6de op het EK tijdrijden.