Gent biedt als eerste in Vlaanderen keuzevak Sport en Beweging aan

'Ik studeer Engels,Duits en roeien'

GENT - Rondjes lopen wordt een heus vak. Studenten aan de Universiteit Gent kunnen vanaf volgend academiejaar opteren voor het keuzevak 'Sport en Beweging, nu en later', zeg maar een voortzetting van de lessen Lichamelijke Opvoeding.



Het was rector Paul Van Cauwenberge die aan het begin van dit academiejaar het idee opperde: waarom zou de universiteit -en de hogescholen waarmee UGent samenwerkt- geen vak Lichamelijke Opvoeding invoeren? 'Een universiteit moet niet alleen met de geestelijke, maar ook met de lichamelijke gezondheid bezig zijn', vindt Van Cauwenberge, die zijn inspiratie onder meer putte uit eigen fysisch ongemak. 'Hoe belangrijk lichamelijke gezondheid is, heb ik begin dit jaar aan den lijve mogen ondervinden na een zware hersenbloeding. Ik heb me toen gerealiseerd dat al het geestelijke voer dat we in ons lichaam pompen, enkel kan renderen als het ondersteund wordt door een gezond lichaam.'

Het idee van de rector mondde uit in het keuzevak Sport en Beweging, nu en later, een primeur voor Vlaanderen. Het was het studentenblad Schamper dat op zijn website met het nieuws uitpakte.

Titularissen van het vak, Dirk De Clercq en Renaat Philippaerts van de vakgroep bewegings- en sportwetenschappen, bevestigen het nieuws.'Onderzoek heeft uitgewezen dat rond de leeftijd van 16jaar de fysieke activiteit bij jongeren gevoelig afneemt', aldus De Clercq. 'Bovendien volharden zij in de boosheid: jongeren die nauwelijks bewegen, zijn niet geneigd om hun levenspatroon te veranderen als ze volwassen zijn.'

Dat het verband tussen fysieke activiteit en gezond leven zonneklaar is, weten we al lang. In het lager en middelbaar onderwijs wordt steeds meer aandacht besteed aan lichamelijke opvoeding. Maar zodra de studenten de poort van de universiteit of hogeschool binnenstappen, is het daarmee afgelopen.

'Nochtans behoren studenten nu net tot de leeftijdsgroep die veel nood heeft aan beweging', aldus De Clercq. 'Met het vak Sport en Beweging, nu en later spelen we daar op in. Volgend academiejaar is de primeur voor de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen én voor de lerarenopleiding. Bedoeling is om het vak op termijn open te stellen voor alle studenten van de universiteit. De opleidingen zelf beslissen of ze het vak opnemen in hun eindtermen.'

Het vak Sport en Beweging zal gedurende één semester worden gegeven met vijftien uur theorie en twaalf uur praktijk. 'De theorie gaat heel breed', zegt De Clercq. 'De studenten leren de basisprincipes van een gezonde levensstijl, maar moeten evengoed het sportbeleid en de sportstructuren in Vlaanderen kunnen benoemen. Ook gezonde voeding staat op het menu. Op het einde van het jaar zullen ze daarover examen moeten afleggen.'

'Voor de praktijk hebben we sporten gekozen die eerder gebaseerd zijn op uithouding dan op technisch kunnen. Het zijn disciplines die de studenten ook later kunnen blijven beoefenen: joggen, zwemmen, maar ook balsporten, badminton en dansen. De student kiest daaruit één sport en wij bepalen zijn startniveau, van starter tot gevorderde. Op het einde van de cyclus gaan we na in hoeverre de student geëvolueerd is. Iemand die bij manier van spreken nog nooit een zwembad van binnen heeft gezien en na een semester een lengte kan zwemmen, zal goede punten kunnen behalen.'

'Het gaat dus niet zomaar om een vrijblijvend aanbod', benadrukt De Clercq. 'Studenten die het vak als een uurtje ontspanning beschouwen, kunnen in juni een onaangename verrassing verwachten.'





Corrigeer

IN HET NIEUWS

Verkiezingen in jouw gemeente:

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees