Uit Het Nieuwsblad op Zondag

Sprookjes mogen best gruwelijk zijn

Sprookjes mogen best gruwelijk zijn

Foto: rr

Heksen die kinderen braden, wolven die biggetjes, grootmoeders en meisjes met rode kapjes verslinden. Stiefmoeders met psychopathische trekjes... Sommige ouders willen ze liever verbannen uit sprookjes - om hun kinderen te behoeden voor zoveel gruwelijkheid. Is die reactie pedagogisch gezien de juiste?

Er was eens een internetpoll op de Britse site TheBabyWebsite.com. Daar bleken bijna twintig procent van de ondervraagde ouders grote problemen te hebben met de sprookjes die al eeuwen van generatie op generatie overgeleverd worden, zoals Sneeuwwitje, Hansje en Grietje, Roodkapje en noem maar op. Veel ouders weigeren die nog langer voor te lezen bij het slapengaan. Ze verkiezen verhaaltjes van Winnie de Poeh of andere softies.

De reden van hun onvrede?

Discriminatie van dwergen en vrouwen, incest, kannibalisme, pedofilie,... zijn niet bepaald dingen waarmee je kinderen moet lastigvallen vlak voor ze in dromenland verzeilen, vindt een deel van de ondervraagde ouders. Ze vrezen dat die sprookjes hun kinderen eerder nachtmerries dan zoete dromen zullen bezorgen. Maar moeten die sprookjes echt definitief gebannen worden?

'Zeker niet', vindt kinderpsychologe Klaar Hammenecker. 'Kinderen weten echt wel dat het maar verhalen zijn. Ik raad jonge ouders wel aan om eerst te beginnen met de sprookjes waarin enkel dieren voorkomen, zoals De drie biggetjes of De wolf en de zeven geitjes. Maar ook aan sprookjes waarin menselijke personages erge dingen overkomen, zullen kinderen geen trauma's overhouden. Dat beschermend denken is typisch maatschappelijk, maar helemaal niet nodig. Sprookjes zijn voor kinderen een veilige manier om de dingen des levens te leren kennen en om te gaan met emoties als boos, bang of verdrietig zijn. Ik herinner me nog dat mijn eigen kind altijd maar opnieuw naar Bambi wou kijken, ook al huilde ze iedere keer als Bambi's moeder stierf.'

Ook professioneel sprookjesvertelster Katrien Van Hecke vindt sprookjes de ideale manier om emoties te leren kanaliseren en ventileren. 'Het is verkeerd om je kinderen niet mee te geven dat ze in het leven ook met hun eigen slechte kanten en die van anderen zullen moeten leren leven. De Duitse psycholoog Walter Scherf heeft dat uitvoerig bestudeerd. Vooral volwassenen vinden het erg wat er in die sprookjes allemaal gebeurt, niet de kinderen. In de meeste sprookjes zit een heel duidelijke moraal: de biggetjes die opgegeten worden, waren te lui. Dat is dus hun straf, en kinderen vinden dat geweldig. Waarom denk je dat de boeken van Roald Dahl zo populair zijn? Dahl was ook een sprookjesverteller, op een moderne manier.'

'Als je een sprookje voorleest, roepen kinderen in hun verbeelding op wat ze aankunnen, niet meer', aldus Van Hecke. 'Dat is helemaal een andere situatie dan wanneer ze gewelddadige dingen zien op tv of in de bioscoop. Als ouder zie je tijdens het voorlezen ook aan de reactie van je kind of het sprookje op dat moment iets te ver gaat. Zo heb ik twee versies van De drie biggetjes naargelang van de leeftijd van mijn publiek: een waarin de biggetjes opgegeten worden, en een waarin ze alledrie overleven.'

'Sprookjes mag je wel aanpassen, vind ik', zegt Van Hecke. 'De gebroeders Grimm hebben ook hun versie gemaakt van sprookjes die al eeuwenlang mondeling overgeleverd werden. Sprookjes zijn zoals een taal die leeft, en je moet die ontwikkeling zijn gang laten gaan. Ouders die dat beletten, zijn pedagogisch slecht bezig.' De toekomst van de traditionele sprookjes ziet er hopelijk nog lang en gelukkig uit.



Corrigeer

IN HET NIEUWS

POPULAIRE VIDEO'S

Het beste van Enkel voor abonnees